Kolven voor een nog niet geboren baby, waarom zou je dat doen of niet. In dit artikel 2 blogs over het onderwerp prenataal (of antenataal) kolven

Kolven voor een nog niet geboren baby

Kolven voor een nog niet geboren baby

Kolven voor een nog niet geboren baby

Zoogdieren zogen. De mens is een zoogdier en dus zoogt de mens. De mensenvrouw dan toch. De mensenman zou het ook kunnen, maar die doet het meestal toch niet. Mensenvrouwen doen het ook niet altijd, alleen als er een kind is om te zogen. En zelfs dan niet altijd. De mens is het enige zoogdier dat ervoor kan kiezen om wel of niet te zogen, ongeacht of er een kind is om gezoogd te worden of niet. De mens is ook het enige zoogdier dat problemen, die worden veroorzaakt door een fout in het ontwerp of door iets wat mis ging bij het kind, weten te omzeilen en toch te zogen of iets te doen dat daar dichtbij komt. De mensenvrouw kan een andere mensenvrouw laten zogen of zij kan haar melk afkolven om die op een andere manier aan haar kind te geven als direct aan de borst drinken om welke reden ook niet mogelijk is. Of zij kan zelfs een andere mensenvrouw vragen melk af te kolven zodat zij die aan haar kind kan geven als zij zelf geen melk heeft of blijkt te kunnen maken.

Foto: Voorbereiden op voedseltekort. Henderson, E: Waste Not Want Not: Prepare For Winter. Ideële reclameposter. Canada Food Board, Ottawa. WW I

Ik bladerde eens door een borstvoeding protocol in een ziekenhuis en mijn oog viel op de zinsnede ‘’een baby is de krachtigste kolf’’. Een waarheid als een koe, die ik zelf ook graag verkondig, maar die toch niet altijd accuraat is. Sommige baby’s zijn helemaal niet krachtig of om andere redenen niet in staat om aan de borst te drinken. Dat kan aan de borst liggen of aan de baby of aan beide of aan nog niets anders, maar dat is een verhaal voor een andere keer. Dit verhaal gaat over het verzorgen van leeftocht voor een baby die nog niet is geboren. En als er geen baby is, is hij ook niet krachtig en zal er anders gekolfd moeten worden. Met de hand of met een machientje. Waarom zou je dat doen? En hoe doe je dat en wanneer en hoe vaak en hoe veel? En is het om te beginnen wel een goed idee om te kolven als de baby nog niet geboren is?

Of gaan we gewoon uit van de veronderstelling: wie wat bewaard die heeft wat.

Afkolven als de baby nog niet is geboren kan verschillende indicaties hebben. Eén ervan kan zijn dat moeders erg ongemakkelijk kunnen zijn met het hanteren van hun eigen lichaam, met name de borsten. Leren kolven met je eigen hand leert je naast een nuttige techniek ook om je eigen lichaam aan te raken zonder bijgedachten. Het doel is dan niet zozeer het verzamelen van melk voor de baby, maar het aanleren van een vaardigheid en je daar gemakkelijk bij voelen. Maar de eerste redenen gaan wel degelijk over het verzamelen van voedsel voor de baby in de eerste uren of dagen na zijn geboorte. Wordt een baby dan niet aangeleverd met zijn eigen leeftocht in ruime hoeveelheden? Jazeker is dat zo, en dus zal het over het algemeen volkomen onnodig zijn om er een extra voorraad van aan te leggen. Het punt is dat niet iedereen van dat feit overtuigd is en dat men vaak denkt dat kinderen in sommige omstandigheden meer nodig hebben dan dat er voor hen voorradig is, of denken dat moeders die eerste dagen sowieso nog te weinig maken.

Bovenaan de indicatielijst staan moeders die erg veel aankomen tijdens de zwangerschap, zwangere diabetica en zwangeren met zwangerschapsdiabetes. Van de kinderen van deze zwangeren wordt verwacht dat ze veel suiker nodig hebben en dat gewoon drinken aan de borst daarin niet kan voorzien. Over het algemeen zal dan door de kinderarts bijvoeding met kunstvoeding worden aangeraden. Om dat te voorkomen krijgen deze vrouwen dan van borstvoeding begeleiders het advies om dan maar in de zwangerschap alvast colostrum af te kolven. Zo kunnen ze hun kind extra voeding geven zonder dat er kunstvoeding aan te pas hoeft te komen. Dat is natuurlijk een loffelijk streven, maar ik denk dat een betere educatie van degenen die om te beginnen de bijvoeding voorschrijven een meer gewenste route is.

Het voorschrijven van bijvoeding, en zeker het routinematig voorschrijven op basis van een bepaald gewicht of aandoening van de moeder of van het geboortegewicht van de baby, is gebaseerd op een aantal niet altijd juiste aannames en is over het algemeen niet op wetenschappelijk bewijs gebaseerd. Dat zelfde geldt voor het soort bijvoeding, de hoeveelheden en de manier van toediening. Het eerste feit dat volkomen over het hoofd wordt gezien is dat elke pasgeborene in de eerste uren van zijn leven lage tot zeer lage bloedsuikerwaardes heeft en dat dat volkomen normaal is. De eerste uren na de geboorte zijn een transitieperiode, waarin vrijwel alle systemen van het kind moeten worden omgezet van kant en klaar aangeleverd en niets zelf hoeven voorzien naar overal zelf voor moeten zorgen. Insuline bijvoorbeeld werd voor de geboorte ingezet als groeihormoon, want er hoefde nog geen suikervertering te worden gepleegd. Na de geboorte moet dat systeem worden omgebouwd zodat insuline wel voor de vertering van suikers kan worden ingezet. In die periode van omzetting zijn de bloedsuikerwaarden laag, want er is geen insuline om de suiker te verwerken. De energievoorziening wordt daarom tijdelijk waargenomen door ketonen. Kinderen die niet-menselijke melk krijgen in deze transitieperiode hebben een minder goede werking van deze ketonen energievoorziening.

De eerste voeding die is voorzien voor zuigelingen is relatief laag in suikers, juist omdat die nog even niet goed verwerkt kunnen worden. Er zitten wel allerlei andere noodzakelijke nutriënten en beschermende stoffen in, die het kind absoluut nodig heeft. Door een kind andere voeding bij te geven (of dit nu van een koe komt of uit de prenataal gekolfde voorraad van zijn eigen moeder) worden de aanmaak en afgifte van het colostrum en alle noodzakelijkheden erin belemmerd, geremd en/of tegengewerkt. De maag van de pasgeborene is nog erg klein en kan de eerste 24 uur maar een flinke theelepel vloeistof bevatten en comfortabel verwerken. Dit verwerken gaat dan vrij snel, zodat er snel weer een theelepel bij kan. Wanneer die maagvulling niet direct uit de borst komt vermindert dat de aanzet tot aanmaak van colostrum (en van melk later). En wat direct uit de borst komt, komt het meest overeen met wat de baby op dat moment precies nodig heeft, inclusief de meest recente versie van antistoffen.

De tweede fout die vaak wordt gemaakt is het absolute negeren van de fysiologie van de pasgeborene door veel te grote voedingen veel te ver uit elkaar te geven. Dat is, naast het in beslag nemen van ruimte voor vers colostrum, een aanslag op het functioneren van de maag door over-rekking. Het kost het kind een boel energie om met een zo overdadig gevulde maag te werken. Energie die dus niet kan worden gebruikt aan groeien, warm blijven en zich aanpassen aan het buitenbaarmoederlijk leven. Maar de grootste fout is dat er voor het herstellen van de suikerhuishouding grote hoeveelheden suiker ver uit elkaar worden gegeven. Iedereen die werkt met mensen met een verstoorde suikerhuishouding weet dat je suikers zo gespreid mogelijk moet geven om de verschillen klein te houden. Grote hoeveelheden ver uit elkaar veroorzaakt een kunstmatige afwisseling van hyper- en hypoglycemie. Precies wat je niet wilt en precies wat de fundering is voor een problematische insulinewerking.

Pasgeboren kinderen hebben vaak een klein beetje colostrum nodig, bij voorkeur direct uit de borst. Is dat niet mogelijk, dan is de eerste stap om minimaal elk uur een beetje colostrum uit te drukken en dat op een lepeltje te geven. En blijven aanleggen tot de baby het zelf kan. Mocht nu blijken dat er niet elk uur een lepeltje colostrum te halen valt, dan kan er in diezelfde hoeveelheden iets anders worden bijgegeven, na de poging om de baby het zelf uit de borst te laten halen. En ja, dan zou het fijn zijn als er een beetje colostrum op voorraad was om er voor te gebruiken en kunstvoeding te vermijden. Maar of dat voldoende reden is om maar iedereen aan te raden een voorraad aan te leggen? Het komt maar hoogst zelden voor dat een vrouw geen of te weinig colostrum produceert. Zelfs als later zou blijken dat de rijpe-melkproductie te wensen overlaat is de productie van colostrum over het algemeen nog binnen aanvaardbare grenzen.

Overigens is het afkolven van colostrum voor de baby is geboren volkomen veilig en geen risico voor vroeggeboorte. De hoeveelheid oxytocine die vrijkomt door tepelstimulatie is in de verste verte niet voldoende om een baring op te wekken, tenzij die bevalling al op punt van beginnen staat. Dus wie voor de zekerheid en om de techniek te oefenen wil afkolven tijdens de zwangerschap: prima, vooral doen. Begin in de achtste maand ongeveer en oefen vooral met afkolven met de hand, een kolf doet op dit moment niet veel. Bewaar de melk in de vriezer met een duidelijk etiket met dag en uur van kolven. Bewaar het in de kleine porties die gekolfd zijn*, want een pasgeboren kindje heeft maar kleine beetjes tegelijk nodig. En laat je niet gek maken met spookverhalen over verhongerende kinderen als je er geen flessen kunstvoeding inkiepert. Laat degene die dat voorschrijft eerst maar eens met wettig en overtuigend bewijs komen.

Een iets andere versie van dit deel is ook te vinden onder de titel Het fenomeen zoogdier op borstvoeding.com

*) investeer in de aanschaf van plastic eierlepeltjes. Kolf op het lepeltje, bind er een plastic zakje of stukje vershoudfolie omheen en vries in. Na invriezen verzamelen in een diepvriesbakje. Neem voor gebruik per stuk uit het doosje, leg op een lepeltje om te ontdooien en voed direct vanaf het lepeltje. Dit is de makkelijkste methode. Of investeer in de aanschaf van kleine spuitjes (zonder naald). Zuig de afgekolfde melk op in de spuitjes in porties van maximaal 5 ml. Vries in in de spuitjes (zorg voor goede etikettering). Breng na ontdooien de inhoud van 1 spuitje over op een lepeltje en voed vanaf het lepeltje. dit is de schoonste methode.

Dubbel D

Een oproep voor blog-entry titels leverde de volgende voorstellen op: meanderen, historie, hysterie, normvervaging, nipplegate en Dubbel D. Intrigerende titels, waarvan deze keer de Dubbel D aan de beurt is.

Stephen Moyer als Brutus en Richard Gere als Paul Shepherdson in The Double.

De inzender van de titel Dubbel D had daarbij zelf waarschijnlijk een stukje over borstvoeding met een groter dan de middelmaat boezem in gedachten. Dubbel D is een vreemde behamaat; het is, behalve AA (wat kleiner dan de kleinste is, dus eerder gehalveerd dan verdubbeld), de enige verdubbelde maat. Er voor komen A, B, C en D en na DD gaat het verder met F, G, H, I, … . Voeden met een ruime boezem kan een uitdaging zijn, omdat je als moeder moeite kunt hebben om goed te zien wat je aan het doen bent. Er circuleren allerlei adviezen voor meer of minder ingewikkelde constructies met borstenkussentjes en borstendraagdoekjes, maar dat schiet allemaal niet erg op. Het is een hoop gedoe elke keer om je zodanig te installeren dat je enigszins comfortabel kunt voeden. Veel logischer is het om eerst zelf gemakkelijk te gaan zitten of liggen of bankhangen, dan te kijken waar de borsten en de tepels ongeveer zijn en welke kant ze op wijzen en dan de baby daar en zo neerleggen dat hij er zonder acrobatische toeren uit te halen bij kan. Baby legt zichzelf aan en moeder voelt of het goed zit, als ze het niet kan zien. Over borstenmaten zal ik een andere keer verder uitweiden.

Dubbel D kan natuurlijk nog allerlei andere betekenissen hebben. Ik kreeg zelf direct een associatie met Dubbel Diabetes. En met Dubbel Doen. En ook met Double Dutch, wat niet extra-Nederlands betekent maar ‘onzintaal uitslaan’, dubbeldwaas zeg maar. De diabetes link, en daarmee de andere associaties, werd aangeprikt door een artikel over onderzoek naar prenataal kolven door zwangeren met diabetes (Soltani&Scott, 2012). In deze retrospectieve studie werd gekeken naar het prenataal afkolf gedrag van zwangeren met diabetes 1, 2 of 3 en de uitkomsten op zwangerschapsduur en gezondheid van het resulterende kind. Er werd een verband gevonden tussen prenataal kolven en een iets kortere zwangerschapsduur (net iets te vroeg versus net binnen de ondergrens van normaal) en een iets hogere incidentie van opname op een special care afdeling voor pasgeborenen.

Soltani H, Scott AMS: Antenatal breast expression in women with diabetes: outcomes from a retrospective cohort study. International Breastfeeding Journal 2012, 7:18

Oppervlakkig gezien lijkt dit het einde van het advies om al voor het kindje geboren is colostrum te verzamelen om bijvoeden met kunstvoeding te voorkomen. Maar wie even verder kijkt zal gelijk zien dat een verband geen oorzakelijk verband hoeft te zijn. Of misschien is het oorzakelijk verband omgekeerd en is het grotere risico juist de reden geweest dat sommige vrouwen gingen afkolven en anderen niet. Pas als je zoiets van te voren opzet en vrouwen (zowel diabetica als niet-diabetica) willekeurig indeelt in groepen die wel of niet kolven, kun je iets zinnigs uit de uitkomsten opmaken. Maar wat mij eigenlijk meer prikkelt is de onderzoeksvraag en dan vooral de daarbij horende vooronderstelling. De vooronderstelling is dat baby’s van zwangeren met diabetes van welk type ook standaard bijvoeding nodig hebben. Het idee is dat, omdat de baby tijdens de zwangerschap grote hoeveelheden glucose heeft gekregen, hij suikertekorten zal krijgen na de geboorte als hij het met enkel colostrumvoedingen aan de borst moet doen. Deze vooronderstelling rammelt aan alle kanten.
Een kind dat net werd geboren verkeerd in een transitiefase. Zijn volledige systeem moet omgebouwd worden van een intra-uterien waterwezen bestaan naar een zelfstandig functionerend bestaan buiten het moederlichaam. Zijn ademhaling moet worden opgestart, zijn bloedsomloop omgekeerd, zijn spijsvertering en temperatuurregulatie opgestart, zijn suikerhuishouding ingesteld. Dit is een gigantische operatie, minder spectaculair om te zien dan de geboorte, maar zeker niet minder spectaculair in prestatie. Gelukkig wordt de baby geleverd met noodsystemen om deze transitieperiode goed te doorstaan. Het lichaam van zijn moeder is een belangrijk onderdeel van het noodsysteem, dat de baby voorziet van warmte, voedsel en veiligheid. Een ander noodsysteem is een tijdelijke andere bron van energie: ketonen. Wanneer een volwassen mens overgaat op ketonen voor energie is er iets niet goed, voor een pasgeboren baby is het de goed werkende noodaggregaat die gebruikt wordt om de tijd te overbruggen tot zijn glucose huishouding op gang komt.
Zolang de baby nog in zijn moeder woont heeft hij geen insuline nodig om suiker te verteren, hij lift mee op de vertering van zijn moeder. Insuline wordt tijdens het voorgeboortelijk bestaan dan ook voornamelijk als groeihormoon gebruikt. Direct na de geboorte begint de ombouw van dat systeem en wordt insuline ingeroosterd voor de suikervertering. Tijdens dat omzettingsproces worden zijn hersenen van brandstof voorzien door ketonen. Dit houdt in dat bij elke pasgeboren baby de suikerspiegels heel erg laag zijn. Baby’s van diabetische moeders, moeders met zwangerschapssuiker en andere moeders: allemaal lage tot zeer lage bloedglucose waarden. en dat hoort zo, dat is volkomen normaal en gezond.

Dat hele dubbele gedoe met bijvoeding voor baby’s, puur op basis van het feit dat hun moeder diabetica is, of omdat de baby een hoog geboortegewicht heeft, is dus dubbel dom. Zeker bijvoeden met kunstvoeding is Dubbel Dom, want kunstvoeding en vooral kunstvoeding bovenop borstvoeding is een majeure risicofactor bij het ontregelen van de insulinewerking en daarmee een van de belangrijke factoren bij het ontstaan van diabetes op steeds jongere leeftijd. Dom ook, omdat onderzoek van meer dan een Dubbel Decennium gelden al aantoonde dat kinderen die a-symptomatisch zijn niet routinematig voor bloedglucose hoeven te worden geprikt en al helemaal geen routinematige bijvoeding nodig hebben. Drie Dubbel en Dwars Dom is het om die bijvoeding, als je die al geeft, in wijd uiteen liggende grote porties te geven die de insuline als in een achtbaan laten rondracen.
Je moet natuurlijk ook niet het noodlot tarten en het kind zodanig behandelen dat het wel een energie tekort moet krijgen: bij zijn moeder vandaan halen, maar af en toe eten geven, alleen laten en in de stress laten schieten. Dat zijn namelijk allemaal energievreters en daar kan de ketonen-cateraar niet tegenop. Kinderen die bij hun moeder blijven, in direct lichaamscontact, zo mogelijk met voornamelijk direct huidcontact, die om de haverklap en dan nog eens een slokje colostrum kunnen nemen als ze er toch naast liggen, die niet zichzelf zes slagen in de rondte hoeven te stressen omdat ze alleen zijn en die geen energie misbruiken om zichzelf warm proberen te houden, die kindjes hebben maar weinig extra energie nodig. En dat beetje energie wordt geleverd door de ketonen, in afwachting van het op gang komen van zijn suikerhuishouding. En dan is dat hele onderzoek naar prenataal afkolven zinloos, want er is over het algemeen helemaal geen bijvoeding nodig.

4 antwoorden

Trackbacks & Pingbacks

  1. […] bacteriële samenstelling van moedermelk Voed je baby, niet je vriezer Waar komt de melk vandaan? Kolven voor een nog niet geboren baby De borsten van een […]

  2. […] Eerder Eurolac Lactatiekunde blog over prenataal of antenataal kolven […]

  3. […] Laat je als je kind er eenmaal is en je bent wat gesetteld en je melkproductie is goed op gang ook goed voorlichten over soorten kolven en de pro’s en cons daarvan. Leer ook afkolven met de hand. Sommige vrouwen krijgen daar heel gemakkelijk alle melk mee die ze nodig hebben. Ook als dat je doel niet is, is het een handige techniek voor wanneer je onderdelen van je kolf niet bij je hebt of als je kolf het laat afweten of je bent ergens waar geen stroom is. In het filmpje hiernaast zie je hoe eenvoudig afkolven met de hand eigenlijk is. Je kunt al beginnen met oefenen als je nog zwanger bent. Als je al melk krijgt, vang je dat op en bewaar je het in de vriezer voor het geval je in de eerste week wat extra’s nodig hebt (zie ook Prenataal kolven). […]

  4. […] vrouwen met zwangerschapsdiabetes of vrouwen met risicofactoren voor een vertraagde lactogenese 2 het advies om prenataal te kolven. Op deze manier kunnen zij een voorraadje melk aanleggen om te voorkomen dat zij kunstvoeding bij […]

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Eurolac Lactatiekunde werkt samen met