Ben jij ook zo moe? Een veel genoemd bezwaar tegen borstvoeding is vermoeidheid. Maar is het wel waar dat borstvoeding zo moe maakt?

Een compilatie van eerdere blogs binnen het thema vermoeidheid.

Ben jij ook zo moe?

ben je ook zo moe

Ben jij ook zo moe?

Een van de meest genoemde bezwaren tegen borstvoeding is vermoeidheid. Het gevoel dat het kind met de melk ook al moeders energie eruit drinkt. Vergelijkingen met parasitair gedrag zijn niet van de lucht en moeders krijgen regelmatig het advies dat ze toch ook echt aan zichzelf moeten denken. Dat is dan meestal een verkapte vorm van het advies minder of geen borstvoeding te geven.
Maar is het wel waar dat borstvoeding zo moe maakt en dat stoppen of minderen met borstvoeding goed voor de moeder is? Het is in elk geval een feit dat veel moeders het zo ervaren of het etiket ‘moe’ plakken op wat zij voelen. Als we dieper kijken komen de factoren ‘oxytocine’ en ‘verwachtingen’ naar voren. Oxytocine, het hormoon dat ervoor zorgt dat de melk gaat stromen, kan ook een gevoel van loomheid, slaperigheid veroorzaken. Dit wordt makkelijk geïnterpreteerd als vermoeidheid. Het lichaam wil graag toegeven aan die loomheid of die slaap, want dat is goed voor de borstvoeding, maar het verstand zegt dat er nog wel meer dingen te doen zijn dan slapen. Het zit ook vrij stevig in ons gezamenlijk bewustzijn gegraveerd dat een ”goede voeding” een bepaalde tijd duurt, waarna verder drinken en knuffelen niet meer ”nodig” is.

Een gevoel van rust tijdens het voeden is goed voor de borstvoeding en voor de moeder. Innerlijke rust tijdens het voeden laat de melk moeiteloos stromen en helpt het kind de borst goed te legen, zodat zijn buikje vol is en de borst volop nieuwe melk kan maken. Voor moeder zelf geeft die innerlijke rust en het toegeven aan de loomheid haar lichaam de kans te rusten en energie te sparen die ze nodig heeft voor het maken van melk en het verdere zorgen voor haar kind. Moeders die ”aan zichzelf denken” en daarvoor de borstvoeding opgeven of inkorten, ontzeggen zichzelf die rust en dat herstelmoment. In plaats daarvan rennen ze verder.

Ben jij ook zo moe?

Een ander deel van de ervaren vermoeidheid kan worden toegeschreven aan botsende verwachtingen. Aan de ene kant de verwachtingen van het kind en het lichaam van de moeder en aan de andere kant de cultureel bepaalde verwachtingen van de maatschappij. De biologisch bepaalde verwachtingen van de baby en het lichaam van de moeder passen meestal mooi op elkaar. Dat zijn verwachtingen over lichamelijke nabijheid, frequente kleine voedingen en frequente kleine slaapjes. De verwachtingen van buitenaf zijn heel anders. ”Men” verwacht dat baby’s na de eerste weken een hanteerbaar ritme hebben van om de paar uur drinken en verder slapen. Diezelfde ‘men’ verwacht dat na een week of wat de nachtvoedingen kunnen worden afgebouwd. Daarbij ook dat baby’s als ze dan eens wakker zijn zichzelf kunnen bezighouden, zodat moeder zich weer aan de sociaal van haar verwachte activiteiten kan wijden.

Je kind bij je houden in je dageljkse bezigheden scheelt in vermoeidheid door stress

Het is toch wat flauw om de borstvoeding de schuld te geven van de vermoeidheid die het gevolg van die botsende verwachtingen is. Als kinderen een meer geaccepteerd beeld in onze samenleving zouden kunnen zijn, zodat moeders hun kinderen meer bij zich kunnen houden terwijl ze hun eigen ding doen, zou het met die vermoeidheid al een stuk beter gaan. Als aanstaande moeders een realistischer verwachting van het leven met een baby zouden hebben zou dat nog een stuk van de moeheid wegnemen. En als moeders gewoon moeder mogen zijn zonder al te veel verplichtingen die gescheiden van hun kind moeten worden uitgeoefend zou dat nog meer schelen.

Want laten we eerlijk zijn: borstvoeding geven kost werkelijk niet heel veel lichamelijke energie. Per dag ongeveer evenveel als een uurtje fietsen of stevig doorlopen. Je kunt het er ook makkelijk bij eten.

Doornroosje

Marcelo Gomes als de Prins en Veronika Part als Doornroosje in de uitvoering van Tchaikovsky’s Doornroosje door het American Ballet Theater in het Metropolitan Opera House.

”Ik zou 100 jaar kunnen slapen’’. Vierde in een serie Sprookjes en bakerpraatjes over borstvoeding (juni 2012)

In het sprookje Doornroosje wordt het voorgesteld alsof langdurig slapen een straf zou zijn. Moeders van jonge kinderen weten beter. Overdag loop je je benen onder je lijf vandaan om aan de behoeften van je kind te voldoen en in de nacht word je om de haverklap wakker gemaakt voor een voeding en ander ongemak. Deskundigen gaan ervan uit dat chronisch slaaptekort onlosmakelijk verbonden is aan jong ouderschap. Jonge ouders zijn het over het algemeen met hen eens. Andere wetenschappers (bijvoorbeeld Durmer & Dinges, 2005, →) weten ons te vertellen dat slaap tekort kan leiden tot functieverlies overdag, depressie en overgewicht.
Dus voortplanting, essentieel voor het in stand houden van de soort, zou er voor zorgen dat degenen die moeten zorgen voor het nageslacht, dat de soort in stand moet houden, per definitie slecht functioneren gedurende de periode dat dat nageslacht van hen afhankelijk is. Als je dat even tot je door laat dringen is het duidelijk dat dat evolutionair gezien onlogisch is. Het is evolutionair oneconomisch om slecht functionerende primaire verzorgers te leveren. Er moet dus iets anders meespelen. Twee belangrijke factoren bij het onderbreken van de slaap van jonge ouders zijn de gekozen zuigelingenvoeding en de slaaparrangementen.
In het kader van het uitbannen van wiegendood zijn er in de Westerse wereld uniforme adviezen, dringende adviezen, die worden gebracht alsof ze in de grondwet verankerde verplichtingen zijn, om kinderen alleen, met een fopspeen en op de rug liggend, te slapen te leggen. Baby’s, in de eerste levensmaanden, die alleen zijn, zijn in een constante staat van stress, dat slaapt slecht. Op de rug liggen is een onfysiologische houding voor een zoogdierenjong en dat slaapt ook slecht. Fopspenen hebben de neiging zelfstandig de mond te verlaten en dan wordt het kind wakker. Ouders moeten dus om de haverklap hun bed uit om te troosten, te voeden of de fopspeen terug te stoppen. Deze momenten van wakker worden staan voor het grootste deel waarschijnlijk los van de normale slaapcyclus van de ouders, zodat zij een paar keer uit een diepe slaap worden gewekt. Dat slaapt slecht.
De keuze van zuigelingenvoeding is eveneens een belangrijk aspect. Kendall-Tackett et al (2011, →) toonden aan dat moeders die borstvoeding geven iets langer slapen per nacht en dat hun slaapkwaliteit beter is. Daarmee ervaren zij minder depressie, voelen zich gezonder en zijn energieker overdag. De combinatie borstvoeding en slaaparrangementen waarbij moeder en kind binnen aanraakafstand zijn lijkt tot de beste resultaten te leiden, zowel wat betreft veiligheid voor het kind als duur en kwaliteit van de slaap van de moeder. McKenna & McDade (2005, →) hebben in een goed doortimmerd stuk overduidelijk gemaakt dat het bed delen niet de grote boosdoener is in gevallen van wiegendood, maar het niet krijgen van borstvoeding. Ook onveilige samen slapen arrangementen verhogen het risico, zoals een zacht bed en andere ongeschikte slaapoppervlakken, rokende en drinkende ouders, oververmoeidheid bij de ouders, en dergelijke.
Honderd jaar slapen en wakker gemaakt worden door de droomprins is gelukkig niet nodig om goed uitgerust te zijn. Borstvoeding geven aan je kind dat op een veilig slaapoppervlak binnen armbereik (op hetzelfde slaapoppervlak of in een aanhaakbedje) van je slaapt is al genoeg.

  • Durmer JS, Dinges DF: Neurocognitive Consequences of Sleep Deprivation. Semin Neurol 2005; 25(1): 117-129
  • Kendall-Tackett K, Cong Z, Hale W: The Effect of Feeding Method on Sleep Duration, Maternal
    Well-being, and Postpartum Depression. Clinical Lactation 2011, Vol. 2-2
  • McKenna JJ, McDade T: Why babies should never sleep alone: A review of the co-sleeping controversy in relation to SIDS, bedsharing and breast feeding. PAEDIATRIC RESPIRATORY REVIEWS (2005) 6, 134–152

Achtbaan

Daniel Dae Kim als Chin Ho Kelly en Alex O’Loughlin als Steve McGarrett leiden een leven als in een rollercoaster in Hawaii Five-0

‘’Vandaag begon als een rustige dag, maar ’t werd een rollercoaster met 3 kindjes die op verschillende manieren drinkproblemen hadden’’. (juli 2012)

Aan het einde van een dag verzuchtte ik op Twitter: ‘’Vandaag begon als een rustige dag, maar ’t werd een rollercoaster met 3 kindjes die op verschillende manieren drinkproblemen hadden’’. Gewoonlijk zie ik per dag niet zoveel moeders en kindjes, maar deze dag drie. Drie heel verschillende moeders, kindjes en omstandigheden. Het eerste kindje deed het eigenlijk heel erg goed en kreeg het voor elkaar de overgrote hoeveelheid hard stromende melk van zijn mama te verwerken. Hij deed het alleen op een manier die mama pijn deed. Het tweede kindje woonde met mama op een geïmproviseerde bovenverdieping, oma was van een ver land de halve wereld overgekomen om te helpen. Niet alleen sprak ik de taal van oma niet en zij de mijne niet, het Engels waarmee mama en ik ons onderhielden leek ook verschillende woordenboeken te hebben. En niemand leek het kindje te begrijpen. Kindje sloot zichzelf dan ook stevig van de buitenwereld af. Het derde kindje had een tante die al jaren ervaring heeft in het borstvoeding vrijwilligerswerk en kwam met mama, oma, tante en nichtje na uren rijden  naar de praktijk. Dit kindje en mama hadden een stapeling van ieder op zich kleine dingetjes die samen toch een groot problemen werden.

’s Avonds lag ik voor pampus voor de TV, niet meer tot meer intelligent werk in staat dan kijken naar Hawaii Five-O en me verbazen over hoe mensen het voor elkaar kunnen krijgen om dag in dag uit in een achtbaan leven te zitten. O, ja, dat staat in het script. Du-uh. Mijn hoofd was zo vol met die kindjes en hun mama’s en hun omstandigheden dat mijn lijf er moe van was.

Ook de dag erna bleven die kindjes en hun mama’s en hun omstandigheden door mijn hoofd spoken, terwijl ik het papierwerk eromheen afrondde; en ook flash-backs of déjà vu’s van mijn kleinzoon, nog zo vers in het geheugen, die ook zo hard moest werken om het voor elkaar te krijgen (zie titelafbeelding). En van, langer, veel langer, geleden een van mijn eigen kinderen die nooit, zelfs niet toen hij van een vork ging eten, zijn mond goed opendeed en hem al halverwege het aanhappen weer dicht deed.

Vandaag stortte een moeder via prive-twitter haar hart naar me uit over dat gevoel van overweldigd zijn: alle emoties, van de meest positieve tot de meest negatieve allemaal door elkaar, na elkaar en soms naast elkaar. Zij legde die emotionele achtbaan bij de borstvoeding, maar ik leg hem bij het moeder-zijn. Ik had het afgelopen weekend met mijn schoonzus, zij heeft bijna volwassen kinderen, de mijne zijn allemaal al volwassen, over moederschap en de eisen die dat stelt. We waren het over twee dingen  eens: 1. Je kunt niemand erop voorbereiden wat het werkelijk inhoudt om moeder te zijn. 2. Je bent na de geboorte van een kind nooit meer niet-moeder. En waar ik na een dag vol kindjes en mama’s met problemen met een dag of wat van die emoties af ben, leeft een moeder van een baby, dreumes, peuter er dag na dag in. Middenin. Welke kant ze ook probeert op te kijken, overal ziet ze meer lussen, wendingen en spiralen van de achtbaan van emoties. Dat gevoel van die achtbaan waar je inzit en niet meer uit kan, daar kan je geen enkele vrouw op voorbereiden. Je kan het vertellen, maar ieder moet het zelf ervaren om precies te weten wat werd bedoeld.

En, terwijl je nooit meer niet-moeder zult zijn, zal er toch een eind komen aan die eindeloos lijkende achtbaanrit. Nu, nu ik er over nadenk, zou dat best eens kunnen beginnen rond de tijd dat je geen borstvoeding meer geeft. Misschien dat dat er toch meer mee te maken heeft. Ik kan het niet vergelijken, want ik gaf nooit een kind geen borstvoeding. Zouden moeders die geen borstvoeding geven echt geen achtbaanperiode hebben?

Een reactie op dit blog via email, met toestemming van de inzender geplaatst

Wat een herkenning weer dit blog! Ik houd helemaal niet van achtbanen! Doe mij maar een kleine rodelbaan.
1 september de voortekenen van de bevalling, 2 september een heftige dag met rug weeën en uiteindelijk, helaas in het ziekenhuis werd 3 september 2011 vroeg in de morgen D geboren. Voor hem duurde het ook te lang want na het doorknippen van de navelstreng was er geen ademhaling. De verloskundige in het ziekenhuis wilde beademen maar dat lukte haar niet. Al die tijd was ook mijn tante, die verloskundige is erbij maar zei moest zich in het ziekenhuis terug trekken en kon mij alleen nog ondersteunen. Gelukkig greep ze op het goede moment in, en heeft zij D wel kunnen beademen waardoor alles helemaal goed is gekomen.
Dit verhaal speelde zich de eerste weken nog 10 tallen keren in mijn hoofd af. Met daarbij de vraag:” wat als….?” Ik had flink bloed verlies maar herstelde daarvan genoeg om snel naar huis te mogen. Daar begon de rollercoaster, elke keer als D huilde, huilde ik mee. Wat vond ik hem zielig, hij moest wel hoofdpijn of iets dergelijks hebben. Op dag 3 werd hij boos als hij bij mijn borst in de buurt kwam. De kraamverzorgster sprak voorzichtig haar twijfel over zijn tongriempje uit dus met het advies van mijn tante en een vriendin in mijn hoofd vroeg ik direct om een lactatiekundige. Daarna is zijn tongriempje gekliefd en kon hij gaan drinken. De borstvoeding kwam op gang maar tot zo’n hoeveelheid dat D zich in 10 minuten helemaal vol dronk en dan een uur huilde van de kramp en talloze keren er bijna in stikte. Wat een angst momenten waren dat!
In de kraamperiode hoorde ik steeds:” geniet ervan!”. Huh??? Wanneer dan?? Ik was alleen maar moe en moest veel huilen. Heb zelfs een 2 keer “K**kind” geroepen. Waarna ik dan heel hard huilde en hem 100 keer excuses maakte.
Ook ik hoorde en las vaak dat je kinderen moest leren slapen en ze niet steeds op moest pakken. Al zou ik het willen, ik kon het niet! Als D huilde reageerde ik of mijn partner.
Met zijn hulp, de hulp van mijn moeder, tips van de lactatiekundige, 3 bezoekjes aan een osteopaat en vooral de woorden van mijn tante: ”na 12 weken wordt het makkelijker”, is het helemaal goed gekomen. Ze kreeg gelijk, na 3 maand waren de loopings grotendeels verdwenen. En nu? De achtbaan is een rodelbaan geworden met vooral positieve emoties die bij het geven van borstvoeding nog iets heftiger zijn, wat genieten zeg! D is een erg tevreden en over het algemeen een super vrolijk jongetje geworden. Kwetsbaar, dat maakt een kind je wel, maar dat zal ook na deze 1e mooie periode niet veranderen. Tenminste als ik mijn moeder mag geloven…. 🙂
Met vriendelijke groet, Marian Bekkers

Meer over moe:

Moe

Moeie Moeder

2 antwoorden
  1. Tess
    Tess zegt:

    Mijn beide kindjes hebben tot 9 maanden (dat was het moment dat ik beide keren stopte) veel nachtvoedingen gevraagd… ik heb daar altijd aan toegegeven maar als ik dan overdag moe was dan werd inderdaad meteen de borstvoeding de schuld gegeven… terwijl ik dat nooit zo’n punt heb gevonden. Kind aanleggen en verder slapen… heerlijk toch? Net als het clusteren wat ze beide tot aan die 9 maanden deden in de avond… wat heb ik daar een commentaar op gekregen want het zou ‘te vermoeiend’ zijn! Ik vond het wel relaxed zo rustig op de bank met de baby aan de borst elke avond een paar uurtjes… nu zwanger van nr 3 en iedereen begint weer: ‘je gaat nu toch wel gewoon de fles geven he???’ Vooral het woordje gewoon valt mij dan weer op. Nee ik ga ‘gewoon’ weer bv geven! Ja het is druk met 2 kindjes erbij en een drukke baan en een masteropleiding. Ik kijk nu al uit naar die heerlijke cluster uurtjes op de bank!

    Beantwoorden

Trackbacks & Pingbacks

  1. […] blog is een vervolg en een reactie op Ben jij ook zo moe? Dit blog bevat twee bonusblogs en twee links naar verdere blogs over het thema vermoeidheid. Lees […]

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Meer lezen over borstvoeding en opvoeding? Kijk eens in de Eurolac Lactatiekunde boekwinkel.