Berichten

Boos blijvend boos

Kosten en baten

Valse aasgieren

Wie vertrouw je meer?

DISCLAIMER vooraf:

Incidenteel kom je heel goede zorgverleners tegen op consultatiebureaus, die wel heel goed begrijpen hoe kindjes in elkaar zitten en hoe je met moeders omgaat. Deze zorgverleners zet ik hierbij in een gouden lijstje en ik juich ze van harte toe. Het is jammer dat dit vooral te danken is aan die individuele zorgverlener, maar dat het geen algemeen beleid is. 


Vrijdag j.l. schreven collega Chella [hier] en ik [hier] beiden over hetzelfde onderwerp: ”moedergroepen” op Facebook. Dat is niet toevallig, we spraken er ook samen over, tijdens het Lactatieburo spreekuur. Wat ook ter sprake kwam was de veronderstelling dat moeders misschien liever elkaar onderling vertrouwen dan hun dokter of andere zorgverlener. Dat is zorgelijk, als het waar zou zijn. Zorgelijk, omdat ze bij het bij elkaar te rade gaan niet altijd wel goed advies krijgen. Zorgelijk ook, omdat je zorgverlener niet vertrouwen ook consequenties heeft voor andere zorgverlening en andere zorgverleners. Want als je er eentje niet vertrouwt, bijvoorbeeld door ondeskundige advies, ben je meer geneigd om de volgende ook niet erg te vertrouwen. Overleggend met collega ouders wordt het wantrouwen over de kundigheid van zorgverleners vaak nog verder ondermijnd. Ik heb het over zorgverleners al een aantal keren eerder gehad.

Het consultatiebureau, in de volksmond ook wel aangeduid als consternatiebureau, of milder ”het buro” of het CB, heeft een belangrijke taak en in de beginjaren is het mede oorzaak geweest voor de dalende kindersterfte. Ouders werd geleerd over hygiëne en gezonde voeding en de groei en ontwikkeling van kinderen werd in de gaten gehouden. Gedurende decennia achtereen waren ouders blij en tevreden met het CB. Zorgverleners, met name artsen, waren de onbetwistbare experts en aan hun voorschriften werd niet getwijfeld. Tot mensen mondiger en minder autoriteitsgevoelig werden en meer zelf gingen nadenken over hoe ze met hun kinderen willen omgaan. Vooral met de opkomst van internet en nog sterker met de sociale media, neemt de onvrede met het CB toe. Ook aan de kant van ”het buro” zelf veranderde nogal wat. Er kwam meer controle en men ging zich niet alleen meer bezighouden met voeding en groei, maar ook met de opvoeding. De werkwijze werd steeds meer gebaseerd op protocollen en richtlijnen. Protocollen en richtlijnen zijn prima om te zorgen voor een eenduidig beleid, maar dan moeten die protocollen en richtlijnen wel evidence based zijn. Vooral bij het punt opvoeding blijft de wetenschappelijke basis uit. En dat terwijl dokters en verpleegkundigen geen experts op het gebied van opvoeding zijn. Zij zijn geen opvoedkundigen, geen pedagogen, en zouden zich naar mijn smaak verre moeten houden van opvoedadvies, speciaal wanneer dit gebaseerd is op onjuiste informatie. Met name de richtlijnen voor huilen en slapen geven blijk van een volkomen gebrek aan inzichten in ontwikkelingspsychologie en opvoedkunde. Maar ja, wat je verwacht je dan ook? Je laat toch ook een pedagoog geen richtlijnen opstellen voor open hart operaties? Ieder zijn vak en deskundigheid.

Maar ook op het gebied van voeding gaan de adviezen die moeders op het CB krijgen vaak de mist in. Adviezen voor het bepalen van de voedingsfrequentie op basis van leeftijd en/of gewicht laten een schrijnend gebrek aan inzicht zien in de fysiologie van de jongste mens. Borstvoedingsproblemen die een kunstvoedingsoplossing krijgen getuigen van een schrijnend gebrek aan het belang van borstvoeding voor het lichamelijke en emotionele welzijn van het kind en zijn moeder, en een even schrijnend gebrek aan basale kennis over het onderwerp en de vaardigheden die nodig zijn om de borstvoedingsdyade te begeleiden. Moeders vergelijken de adviezen die ze krijgen met de informatie die ze halen bij anderen, bijvoorbeeld lactatiekundigen, en zeggen hun vertrouwen in de CB zorgverleners op. Of ze volgen de adviezen op, worden deskundig van de borstvoeding afgeholpen en geven vervolgens de echte borstvoedingsdeskundigen er de schuld van.

lactatieburoVeel moeders gaan alleen nog naar het consultatiebureau voor het meten en wegen en ”de prikjes” en zeggen voor de rest ja zuster nee zuster. Voor die moeders, die wel over borstvoeding willen praten, maar niet tevreden zijn over de zorg en de adviezen die ze daarover krijgen is er nu het Lactatieburo. Je kunt er terecht voor het wegen van je kind inclusief een korte bespreking, of voor kortere of langere consulten met een lactatiekundige. Je krijgt daar borstvoeding antwoorden op borstvoeding vragen en er wordt naar jou geluisterd.

Specialistenwerk en strijdmodellen

De afgelopen blogs (begin mei 2016) gingen over consultatiebureaus. Het waren geen aardige, diplomatieke blogs, maar ze gingen over kritiek over de werkwijze en adviezen die moeders daar krijgen. Ik kreeg er commentaar op, ik moest vriendelijker zijn. Ik ben het daar niet mee eens. Ik ga niet vriendelijk zijn over instituten waar willens en wetens verkeerde adviezen worden gegeven, waar onvoldoende opgeleide mensen ouders willen vertellen hoe ze moeten opvoeden en borstvoeding geven. Ik weet dat er individuele CB-zorgverleners zijn die op de meeste punten wel goed scoren, maar de instelling op zich doet dat zeker weten niet. En dus zal ik erover blijven schrijven en ouders aanraden om zelf goede informatie te zoeken. Hier onder twee blogs die ik eerder over dit onderwerp schreef, maar die nog steeds actueel zijn.


Simon Baker als Patrick Jane, specialist in het lezen van mensen en hun onuitgesproken informatie, in The Mentalist

Opvoeden is een beroep waar je een vierjarige HBO-opleiding voor moet volgen. Tenzij het om je eigen kinderen gaat, dan word je geacht het vanzelf te kunnen. En tenzij je een verpleegkundige op een consultatie bureau (CB) bent. Dan heb je genoeg aan een korte bijscholing. Net als allerlei andere bijscholingen om het verpleegkundig vak te perfectioneren. Maar opvoeden (of beter gezegd: ouders leren hoe zij moeten opvoeden) is wat anders dan verplegen en het vergt een andere manier van denken. Een van de grootste verschillen is dat veel verpleegkundige handelingen voor elke patiënt gelijk zijn, maar dat opvoeden niet volgens een enkel protocol kan. Daarvoor zijn de op te voeden kinderen en de ouders die het moeten doen te verschillend.

Opvoeden begint direct na de geboorte en in die eerste tijd zijn de manier van voeden en slapen belangrijke componenten van de opvoeding. Het gemiddelde CB kiest voor manieren van voeden en slapen die niet aansluiten op de biologische blauwdruk van een mensenkind. Ze leggen veel nadruk op toename van het volume van de voedingen met gelijktijdige afname van de frequentie. De portiegrootte en de voedingsfrequentie worden bepaald aan de hand van arbitrair opgestelde schema’s en richtlijnen en vertonen weinig aansluiting aan de behoeften van individuele kinderen. Deze schema’s vinden vaak hun oorsprong in ‘’traditionele’’ richtlijnen die voor een flink deel zijn gebaseerd op de richtlijnen van kunstvoedingfabrikanten.

kleutersvanschoolhalenDat zou nog zo erg niet zijn als er vrijblijvend advies gegeven zou worden. Dat hoort het ook te zijn, vrijblijvend en vrijwillig. Veel ouders weten niet dat CB bezoek vrijwillig en niet verplicht is en dat er geen voorschriften worden gegeven, maar vrijblijvend advies. Ouders voelen zich gecontroleerd (alsof ze naar een APK keuring moeten) en zijn soms dagen van te voren al zenuwachtig van angst dat ze de keuring niet zullen halen. Eenmaal ter plaatse voelen sommige ouders zich gekoeioneerd en gedwongen om hun kinderen te voeden, verzorgen en opvoeden volgens de aanwijzingen van de CB medewerkers. Ouders zijn zelfs soms bang dat ze een aantekening in het dossier van het kind riskeren als ze anders doen dan opgedragen. Dat ze als risico gezin te boek zullen komen te staan en nog meer controle en bemoeizucht tegemoet kunnen zien.

loepOf die angsten van ouders terecht zijn, daarop ga ik nu niet in. Feit is, dat ouders het zo ervaren. En dat is goed fout. CB medewerkers zouden er goed aan doen eens goed naar ouders te luisteren en hun advisering te centreren rondom het kind en de ouders en niet rondom protocollen. Anders is niet per definitie minder of slecht. Minder vóór de ouders denken en meer mét de ouders denken. Minder protocollen lezen en meer baby’s lezen. Ik heb een revolutionair idee: als er een moeder (en/of vader) en kind binnenkomen doe dan nog even niets, maar kijk naar het kind, maak contact, communiceer. Doe vervolgens nog steeds niets, maar luister naar de ouder(s). Vraag niet ‘’Gaat alles goed?’’, maar vraag hoe het gaat met elkaar, hoe een dag (en nacht!) eruit ziet. Luister zonder oordelen, veronderstel geen problemen als die niet gecommuniceerd worden of overduidelijk waarneembaar zijn. Luister met meer dan alleen je oren, maar vooral ook met je rechterhersenhelft.

Een nog revolutionairder idee? Zorg voor het aanstellen van een echte opvoedkundige, een pedagoog, op elk consultatiebureau. Voor het echte werk. Het specialistenwerk. O, en als je toch bezig bent: dan ook maar een echte lactatiekundige. Voor het echte werk. Het specialistenwerk. Verpleegkundige – opvoedkundige – lactatiekundige: ieder zijn vak, ieder zijn specialistenwerk.


Mijn vader, de pacifist (R) en zijn broer, de politieman (L), 1980

Vandaag opende mijn twitterlijst met een tirade van een moeder over de adviezen die zij ongevraagd kreeg over het nachtgedrag van haar peutertje. Het nachtgedrag, dat meerdere borstslokjes per nacht inhoudt, is voor de twitteraarster geen enkel probleem, zij voedt haar kind met liefde wanneer dat nodig is, maar de CB-mevrouw vond het nodig haar toch te adviseren daar maar mee op te houden met kreten als ‘’Zichzelf in stand houdende gewoonte’’ en ‘’Niet meer nodig’’. Ze moest haar kind maar een slokje water geven, dan zou het vanzelf wel over gaan. Moeder is boos over dit soort adviezen. Aan de ene kant omdat ze ongevraagd zijn. Er wordt aangenomen dat er een probleem is waar dat voor de moeder helemaal niet zo is. En boos om het feit dat op dat aangenomen probleem vanuit een smal denkend perspectief een oplossing geboden wordt, die haaks staat op de manier van opvoeden en omgaan met kinderen die de moeder zelf verkiest.

20160502_103938Deze moeder wordt er boos om en piekert er niet over dit advies op te volgen, maar veel moeders accepteren het wel en denken dat het zo hoort. Het is namelijk een in onze maatschappij zeer geaccepteerd kind- en wereldbeeld dat alles een strijd is en bevochten moet worden, een strijdmodel-wereldbeeld. Mijn oom Piet, de broer van mijn zeer pacifistische vader, de broer die eerst vol overgave militair was en vervolgens met evenveel overgave veldwachter (nou, ja eigenlijk wachtmeester en opperwachtmeester bij de Rijkspolitie) in diverse dorpjes op het Zeeuwse en Twentse platteland, had als levensmotto: ‘’Het leven is een krijgsbanier’’, hij schreef dat ook als vers in het poëzie-album dat ik voor mijn tiende verjaardag kreeg; het is de levensvisie van velen met hem. Alles wat je wilt bereiken moet worden bevochten en men denkt algemeen dat ook baby’s en peuters dat al weten. En dus moeten al die slechte gewoontes direct de kop worden ingedrukt. Want voor je het weet heeft dat krijsende kind je gemanipuleerd en om zijn kleine vingertje gewonden en loop je dag en nacht je benen onder je lijf uit om hem zijn zin te geven.

huilenWat een vreemd en verwrongen beeld is dat toch. Vooral als je weet dat het bewustzijn van een kind pas vanaf gemiddeld 18-24 maanden na zijn geboorte zo ver ontwikkeld is dat een kind bewust onderscheid kan maken tussen ‘’ik’’ en ‘’jij’’ en ‘’zij’’. Om succesvol te kunnen manipuleren moet een kind ook al bewust van te voren kunnen bedenken dat hij iets wil bereiken, wat hij wil bereiken, welke stappen hij moet ondernemen om andere mensen te laten doen wat hij wil. Dat is redelijk geavanceerd hersengebruik dat over het algemeen wat langer nodig heeft dan een paar maanden of zelfs een paar jaar om tot ontwikkeling te komen. een baby, een peuter die in de nacht wakker wordt heeft gewoon zijn moeder nodig en daarom roept hij haar. Wat hij dan precies nodig heeft, dat kan haar melk zijn of haar warmte of haar troost of alleen haar nabijheid, dat maakt eigenlijk niet zo veel uit. Hij heeft het nodig; hij heeft moeder nodig. Daar hoeft helemaal geen strijd over te zijn.

Gebroken_geweertje_ontwapening_speld_20130329Ik ben wat dat betreft een goede dochter van mijn vader: ik hang pacifisme aan op macro en microniveau. Geweldloos opvoeden betekent niet dat je je kinderen maar laat gaan en in alles toegeeft en ‘’de zin geeft’’, maar dat je op andere manieren je kinderen begeleidt tot zelfverantwoordelijke, zelfdenkende en vredelievende volwassenen. Wereldvrede begint niet aan de onderhandelingstafels en al helemaal niet op het strijdveld, maar bij individuele mensen die met liefde en empathie worden opgevoed. Want waar je mee omgaat word je mee besmet, en wat jij niet wilt dat jou geschiedt doe dat ook een ander niet. Maar vooral: zo de waard is vertrouwt hij zijn gasten. Mensen die verwachten dat een onschuldig jong kind haar probeert te manipuleren, zal waarschijnlijk zelf ook manipulatief te werk gaan en op slinkse wijze ongevraagde. onnodige en onjuiste adviezen bij anderen naar binnen te schuiven. Maar pas op, want wie zaait zal oogsten: wie manipuleert zal worden gemanipuleerd. Maar wie vrijelijk liefde geeft zal geliefd zijn.

Om zeep helpen

De titel is niet erg fraai, ik geef het toe. Het onderwerp is dat ook niet. Het gaat om borstvoeding die door zorgverleners vakkundig om zeep wordt geholpen. Ja, dat staat er echt. En nee, ik overdrijf het niet. En inderdaad, er zijn ook goede zorgverleners die vakkundig de borstvoeding op de rails zetten. Hen bewijs ik eer door zwierig mijn hoed af te nemen, een diepe buiging voor ze te maken  en ze met (Jensen Ackles als) Dean Winchester  (Supernatural) te vertellen:

Want dat is een hele prestatie. Vooral als je weet hoe bedroevend weinig de standaard zorgverlener over borstvoeding leert tijdens de opleiding. Het ontbreekt in zorgopleidingen, van hoog tot laag, aan degelijke theoretische basiskennis. In een eerder blog schreef ik: ”De obsessie van de huidige gemiddelde reguliere arts met evidence based leidt ertoe dat er een ontstellend gebrek aan theoretische basiskennis is over een aantal onderwerpen.” Die degelijke theoretische kennisbasis is absoluut onontbeerlijk bij de begeleiding bij borstvoeding (en bij een heleboel andere dingen, maar ik beperk mij tot mijn eigen onderwerp).

Ik ga ervan uit dat elke zorgverlener zijn/haar stinkende best doet om de hem/haar toevertrouwde patiënten en cliënten zo goed mogelijk te helpen, geen kwaad te doen en hun gezondheid te verbeteren, herstellen en in stand houden. Dat het geen onwil is als ze en passant de borstvoeding grondig en vakkundig om zeep helpen. Dat het eerder onwetendheid en onbenul is. Zij zijn, zoals dat in vaktermen netter wordt benoemd, onbewust onbekwaam ( uit: de leerfasen van Maslow). Zij weten iets niet en zijn zich er niet van bewust dat ze dit niet weten. Ze weten niet dat er wat te weten valt en dus ook niet wat er dan te weten valt. Ze zijn daarom ook niet leergierig, er is geen leerbehoefte. Zij zien niet alleen niet d/wat zij niet weten, zij zien ook niet het kwaad dat ze ermee aanrichten. Ze zouden dus wel leerbehoefte moeten hebben.

leerfasenDe eerste stap is dus te zorgen dat zij zich bewust worden van hun onbekwaamheid en daarmee een leerbehoefte kweken. Dit kan met enige weerstand gepaard gaan. Want onwetendheid is wel comfortabel. Bewustwording van eigen tekortschieten kan zeer oncomfortabel zijn, confronterend, een motie van wantrouwen aan zichzelf. Maar als zij zich willen houden aan de doelen die zij zich beroepsmatig hebben gesteld (zoals hierboven omschreven over geen kwaad doen en de gezondheid en welzijn bevorderen en zo) zullen zij zich bewust moeten worden van hun onwetendheid, onbekwaamheid. Het stadium ”bewust onbekwaam” is waar de leerbehoefte ontstaat. Het voldoen aan die behoefte is de weg naar het stadium bewust bekwaam: iets leren en weten dat je meer weet, meer bekwaam bent. Een stadium dat al veel comfortabeler is dan bewust onbekwaam, maar wat wel nog erg veel aandacht vergt. Oefening, bewuste oefening, inoefenen, zoals schoolkinderen de tafels van vermenigvuldiging inoefenen tot ze die binnenstebuitenachterstevorenopzijnkop kunnen opdreunen, is de de weg naar het vierde en laatste stadium: onbewust bekwaam: je denkt er niet meer bij na, het is onderdeel van jezelf geworden, het gaat vanzelf.

De bewustwording van eigen onbekwaamheid zouden zorgverleners moeten krijgen van hun pat/cliënten. Als meer zorgverleners te horen krijgen dat hun aanpak niet deugt, dat zij hun professionele belofte niet nakomen, zou dat uiteindelijk tot bewustwording en leerbehoefte moeten leiden. Een probleem daarbij is dat de meeste moeders geen idee hebben van de onbekwaamheid van hun zorgverleners aangaande borstvoeding, braaf hun adviezen opvolgen en de schuld voor het falen van de borstvoeding bij zichzelf leggen: ”De verloskundige heeft me echt geweldig geholpen, maar ik kan nu eenmaal geen borstvoeding geven.” ”De kraamverzorgster heeft van alles geprobeerd, maar het mocht niet baten. Ik kan geen borstvoeding geven.” of de klapper van de week: ”Nou kom ik met onze 10 maander bij de dokter. Kind heeft 2 weken diarree met braken en oorontsteking. Dokter adviseert cola. Ik gaf aan dat ik liever heb dat hij mij ondersteunt met Domperidon om de productie een boost te geven. Dokter zegt dat cola beter is dan moedermelk waar sporen van Domperidon in zouden zitten.”

picardcolababy

I rest my case.


Lees meer over de herkomst van deze zegswijze ”om zeep helpen” of ”om zeep brengen”: om zeep brengen (herkomst en betekenis) | Genootschap Onze Taal

PS. De directe aanleiding tot dit blog was het het verhaal van een collega die als vervanger bij een moeder was geweest en met haar werkte aan vastzittende borsten en melkproductie. Ze werkte er met de moeder aan en zag goede vooruitzichten met wat extra inzet en steun. Ze kreeg berichten en telefoon van de verloskundige (op de telefoon van de moeder) ”waar ze wel dacht mee bezig te zijn met die moeder te vertellen dat haar kind elke twee en half uur gevoed moest worden”. Volkomen verbouwereerd liet collega het in eerste instantie over zich heen komen en zocht collegiale consultatie bij mij. Ze ging evengoed vol goede moed aan de gang om de moeder verder te helpen, maar kreeg even later bericht van de moeder dat ze had besloten er maar mee te stoppen. De verloskundige had dit eventjes vakkundig om zeep geholpen.

Voor de gek gehouden

Gezichtspunt

Wat gedachten over gezichtspunten. Mijn excuses voor de zeer lage videokwaliteit. Ik beloof dat ik eens, ooit, al mijn vlogs in hoge kwaliteit ga omzetten, maar voorlopig moeten we het hier even mee doen.

Vergeet niet om je op mijn kanaal te abonneren. Je vindt daar behalve mijn vlogs ook andere interessante filmpjes.

Muur

Ken je dat? Zo’n moment dat je denkt: ”Ik kan net zo goed tegen een muur praten, dan dringt er net zo veel door”. Of dat gevoel dat je tegen een muur aan loopt en negens komt. Je praat, je legt uit, je redeneert, komt met goede argumenten en de enige reactie is, in het beste geval, een volkomen blanco blik en, in het slechtste geval, een glasharde ontkenning van alles wat je zegt. De basis weetjes van mijn vakgebied heb ik al uitgelegd op duizend verschillende manieren, denk ik. Steeds weer opnieuw, met een kwinkslag hier, een parabel daar, een voorbeeld zus en en verduidelijking zo. Verteld, laten zien en opgeschreven (waarvan aardig wat keren op deze pagina’s). En dan aan het eind van weer eens een uiteenzetting enkel een koppig ”Nou, maar voor sommigen is het echt anders en je hebt helemaal het recht niet om moeders slechte moeders te noemen omdat ze ook maar het beste voor hun kind willen”. Baf! Baffled. In plaats van slechts te praten tegen de muur, ben je dan geneigd met hoofd ertegenaan te bonken. Gelukkig zijn daar emoticons voor, dat scheelt aardig wat hoofdpijn

headwallemo

Ook moeders kunnen zich wel eens zo voelen. Of eigenlijk meer tussen een ”rots en een harde plaats”, ofwel tussen twee muren. Het gevoel dat je geen kant meer op kunt. Je hebt een probleem, of eigenlijk een heleboel problemen tegelijk, en meer bepaald heeft je kind die problemen en daar heb jij als rechtgeaarde moeder problemen mee. Stel je dit beeld eens voor: een baby wil vaak drinken, drink kort, sputtert, laat vaak los, laat melk lopen, valt na krap een halve voeding uitgeput in slaap. Of zelfde beeld, maar baby wil absoluut niet vaker dan elke zoveel uur een beetje eten. En baby groeit niet, een beetje dat hij hij binnenkrijgt spuugt hij voor een flink deel weer uit. Wat doe je als rechtgeaarde moeder met een duidelijk niet goed functioneren baby? Juist, je gaat naar de dokter, want die moet daar raad op weten. En Bam! daar knal je tegen de eerste muur op. Dokter weet het ook niet, wil dat niet toegeven en adviseert [meer eten geven] [ander eten en meer] [stoppen met borstvoeding] [laten hongeren want dan zal hij wel beter drinken] [-vul elke idioterie in die je ooit gehoord hebt-] [vink aan wat van toepassing is, meerdere antwoorden mogelijk]. Vervolgens begint voor een moeder als deze de zoektocht langs dokters, therapeuten en deskundigen. In vrijwel elke setting krijgt ze het zelfde soort adviezen en commentaren, vaak aangevuld met [overbezorgde moeder] [laat haar maar eens even huilen] [meer van die ongein]. Of je bent een moeder die zelf medische problemen heeft en een arts, die *heus heel erg voor borstvoeding is*, maar vervolgens zonder het verder uit te zoeken medicijnen voorschrijft waarvan hij denkt dat ze absoluut niet samen kunnen met borstvoeding. en dat je dan een kind blijkt te hebben dat op geen enkele andere manier wil drinken en dus al een hele dag geen eten heeft gehad.

Brick-Wall-550x355

Gelukkig hebben de meeste muren wel ergens een deurtje of een poort waar je door kunt. Het is vaak even zoeken zijn om die deur te vinden, meestal vallen ze niet erg op en moet je echt weten waar je kijkt en wat je zoekt. Maar als je het deurtje gevonden hebt, aarzel dan niet er direct doorheen te gaan. Aan de andere kant van de muur vind je begrip en werkelijke kennis. Het komt vaak niet vanzelf naar je toe, of misschien heb je dat gewoon nooit opgemerkt. Als je het poortje hebt gevonden en de zorgverlener die wel weet waar ze het over heeft, die wel weet dat je geen overbezorgde moeder bent (en al was je dat, wat dan nog), zorg dan dat je het hele verhaal vanaf het begin vertelt: alles wat je zelf hebt opgemerkt, wat je al probeerde, welke zorgverleners je om hulp vroeg en wat zij zeiden en deden. Alles wat je maar bedenken kunt, ook al lijkt het nog zo onnozel. En probeer, als je die laatste strohalm zorgverlener niet in persoon kunt zien, te zorgen voor beeldmateriaal (foto en video) van je kindje, van het voeden, van het probleem. Ik heb de afgelopen dagen een paar moeders kunnen helpen met hun vastgelopen problemen, maar het is me ook weer overkomen dat dat veel langer duurde dan nodig, omdat ik geen beeldmateriaal had.