Geplaatst op Geef een reactie

Duurzaam voedsel

Duurzaam voedsel is de nieuwste kreet in Foody-land. Het heeft te maken met de CO2 afdruk die ons voedsel maakt. Goed, duurzaam voedsel voedt ons lijf , hart en hoofd, maar onderhoudt ook de aarde.

titelafbeelding: de Antoniushoeve in buurtschap Croy, een biologische tuinderij met groenten- en fruit abonnementen
Kasteel Croy

Ik probeer mijn steentje bij te dragen aan duurzaamheid door het overgrote deel van mijn groenten en fruit in te kopen bij een biologische tuinderij dicht bij mij in de buurt. De Antoniushoeve in het buurtschap Croy (van oudsher behorend bij het landgoed Croy) teelt op biologische wijze allerlei groenten. De verkoop gaat voornamelijk via abonnementen. Dit is een duurzame manier, want het voorkomt verspilling: het teeltplan gaat uit van wat er op voorhand wordt gekocht in de vorm van abonnementen. De overschotten worden los verkocht in de boerderijwinkel. In die boerderijwinkel zijn ook lokale producten van andere lokale bedrijven te koop*.

Ja, leuk, zul je denken, maar waar blijft de borstvoeding in dit verhaal?

Wel, borstvoeding werkt eigenlijk ook een beetje op de manier van de tuinderij met abonnementen. Tijdens de zwangerschap wordt de grond bouwrijp gemaakt. Voor groententeelt wordt er geploegd en geëgd, eventueel wordt er mest uitgereden en gemengd met de grond. Dan ligt het vaak nog een poosje braak, om de grond te laten rusten. Ondertussen verzameld de tuinder mensen die groenten willen gaan afnemen. Dan kan worden gekeken of hij genoeg land heeft klaarliggen om te gaan zaaien en planten, of dat er te veel land is of juist te weinig. Dan gaat hij plannen om de grond te gaan bewerken om de beoogde opbrengst te kunnen laten opleverend. Naar borstvoeding kijkend kun je zeggen dat in de zwangerschap grond wordt voorbereid: de systemen van melkklieren en melkkanalen worden productie-klaar gemaakt. Bij de een is dat wat meer dan bij de ander: de ene tuinder is optimistischer over het aantal te verwachten klanten, dan de andere tuinder. Na de geboorte begint de inschatting van en aanpassing aan de werkelijk beoogde opbrengst. De ”klanten” melden zich door de intensiteit van het vragen van melk. Hoe vaker de borsten in de eerste dagen na de geboorte van het kind worden gestimuleerd en hoe meer melk er wordt uitgehaald, hoe groter als het ware de akker wordt.

In de eerste dagen na de geboorte van het kind is de melkproductie volkomen hormonaal gestuurd. Dat wil zeggen dat er toch wel melk gemaakt wordt, of er nu melk wordt afgenomen of niet. Dat is een ingebouwde verzekering die ervoor zorgt dat als er ”klanten komen” er hoe dan ook melk is, ongeacht of die melk is besteld of niet. Als er geen melk wordt afgenomen in die eerste dagen krijgt de tuinder-in-de-borsten bericht dat er dit seizoen geen klanten zijn en dat hij kan stoppen met zaaien en poten en planten. Als er maar weinig wordt afgenomen wordt de melding dat er maar een beetje nodig gaat zijn en dat de tuinder dus een flink deel van zijn akkers braak kan laten liggen. Maar naarmate er meer melk in die eerste dagen wordt afgenomen, des te meer de tuinder wordt aangemoedigd om zijn volledige akkers te gaan gebruiken (en misschien zelfs nog een stukje akker erbij te doen).

Dit hele proces omvat het aanleggen of activeren van de prolactine receptoren. Prolactine receptoren zorgen ervoor dat de prolactine die gemaakt wordt (in reactie op het drinken va de baby, het legen van de borst en het stimuleren van de zenuwuiteinden inde tepel en tepelhof (en het dicht bij elkaar zijn van moeder en kind) zich kan hechten en gaan werken. Veel prolactine zonder receptoren zal minder effectief zijn in het maken van melk. De receptoren zorgen er dus voor dat er voldoende potentieel wordt gemaakt voor melkproductie.

Het proces loopt niet altijd precies zoals gepland. Soms is de vraag in de eerste dagen niet intensief genoeg of er is intensieve vraag en de tuinder-in-de-borsten reageert dar wat al te enthousiast op. Er kunnen dus altijd tekorte optreden (door ontoereikende planning of grond die niet goed genoeg is) of juist te veel worden geproduceerd. Dat te veel kun je wegsluizen bij borstvoeding doro de vraag te verminderen. Maar je kunt ook je restanten en overschotten ”los verkopen in de boerderijwinkel”. Bij borstvoeding noemen we die overschotten dan donormelk en die geef je aan moeders die (om welke reden dan ook) te weinig hebben.

Dat is heel duurzaam en ook bio-boeren en -tuinders helpen elkaar graag met in evenwicht brengen van tekorten en overschotten. Dat is gezond voor mensen, tuinders en de aarde.


*) Dit soort initiatieven zijn in het hele land te vinden. Als voorbeeld wijs ik op Klein Alma, in Bedum, Groningen

… en kijk eens goed naar de foto bovenaan de site van Klein Alma. Wie zit daar op de trekker? Precies, mijn collega en co-auteur Stefan Kleintjes. Zijn vrouw en hij runnen deze tuinderij met abonnement-systeem.

Naast tuinder is Stefan auteur van Eten voor de Kleintjes, co-auteur van het erbij horende kookboek en samen met mij schreef hij Het Nieuwe Borstvoeding Boek.

PS. Als je boeken aanschaft via de links op deze site help je mee deze site te onderhouden.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.