Uitsluitend borstvoeding en botdichtheid kinderleeftijd: positieve of negatieve connectie? Over onderzoek, correlatie en oorzakelijkheid.

Uitsluitend borstvoeding niet beter voor botdichtheid op kinderleeftijd?

illustratie bij het oorspronkelijke artikel: een fles, terwijl de titel (”Exclusieve borstvoeding niet beter voor botdichtheid op kinderleeftijd”) over borstvoeding gaat: vreemde keuze van de redactie

”Kinderen die de eerste 4 maanden van hun leven uitsluitend borstvoeding krijgen hebben op 6-jarige leeftijd geen gezondere botten dan leeftijdsgenootjes die naast borstvoeding ook andere voeding krijgen. Kinderen die nooit borstvoeding hebben gehad, hebben wel een iets lagere botdichtheid, maar het is onduidelijk of dit alleen met de voeding te maken heeft.”
Lees het hele artikel hier in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde over dit onderzoek. Omdat ik geen lid van die club ben, mag ik er niet op reageren, daarom doe ik het maar hier. WTF. Ik bedoel, WTF. Prachtige cijfers waar vast en zeker weer een lichting studenten op kan afstuderen. Daar is die hele Generation R studie toch voor? Om hele lichtingen studenten  over afstudeermateriaal te laten beschikken, zonder elke keer opnieuw een onafhankelijk onderzoek op te moeten zetten.

Werkelijke wetenschappelijke of praktisch toepasbare waarde heeft dergelijk onderzoek uiteraard niet. Het laat alleen een correlatie zien tussen verschillende variabelen, zonder ook maar een enkele aanduiding voor causaliteit (wat veroorzaakt wat of wat is het gevolg van wat?). Daar heb je precies evenveel aan als het weten dat in de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw het aantal koelkasten per huishouden steeg en het aantal kinderen per huishouden daalde. Krijg je van meer koelkasten minder kinderen? Veroorzaakt een daling van kindertal een stijging van het aantal koelkasten? Is er een derde factor die beide veroorzaakt? Hebben beide datasets helemaal niets met elkaar te maken? In die tijd steeg ook de onderlinge onmin tussen de USA en de USSR en was er een scherpe stijging in ruimteonderzoek. Tevens was er een scherpe daling in het gebruik van een buitenplee.

Het onderzoek zelf is onderdeel van de decennialang lopende Generation R studie, waarbij de gegevens van duizenden mensen vanaf voor de geboorte en tijdens het opgroeien worden verzameld. Uit die dataverzameling worden voor deelonderzoeken telkens deeldataverzamelingen getrokken en daarop worden statistische programma’s losgelaten om te zien of daar patronen uit te halen zijn. Een van die patronen is dus die van de botdichtheid op een bepaalde leeftijd, gecorreleerd aan het soort voeding dat de persoon als zuigeling kreeg. De voedingscriteria waren nooit, ooit of vier maanden exclusief borstvoeding. Uit diverse andere onderzoeken is al lang gebleken dat een criterium ”ooit borstvoeding”, waarbij zowel het kind wordt gerekend dat alleen op de geboortedag  aan de borst ging, maar ook het kind dat wekelijks of dagelijks een fles kunstvoeding naast de borst kreeg, zeer onduidelijke en niet te duiden data geeft op alle andere variabelen. De enige werkbare variabele is de duur van exclusief borstvoeding versus absoluut geen borstvoeding. Een enkel fles kunstvoeding op enig moment bepaalt het einde van ”exclusief borstvoeding”. Dus kinderen, die in de eerste week een keer kunstvoeding kregen, vervuilen de uitkomsten van de ”4 maanden exclusief borstvoeding” groep. Ik kan aan de samenvatting niet zien hoe de ”exclusief” groep werd gedefinieerd, maar in veel onderzoeken wordt die enkele fles in de eerste dagen niet meegenomen.

Een volgende punt is de gekozen duur van exclusief borstvoeding: vier maanden. Dat is een vreemde keuze, aangezien de internationale consensus onder (werkelijke) deskundigen is dat exclusief borstvoeding (moedermelk) in de eerste zes maanden de norm is. De exclusief groep moet dus bestaan uit kinderen die gedurende de eerste zes levensmaanden niets anders te eten of te drinken hebben gehad dan moedermelk. Kinderen die zes maanden uitsluitend borstvoeding/moedermelk kregen zouden de nulmeting moeten zijn, de basis-data-set. Bij voorkeur dan ook nog enkel kinderen die, na een normale zwangerschap, op tijd (na 37-42 weken zwangerschap) en gezond zijn geboren en waarbij de navelstreng is uitgeklopt voor deze werd afgenaveld. Bij voorkeur kregen die kinderen dan ook op ecologische manier borstvoeding (vaak kleine beetjes dag en nacht) om er zeker van te zijn dat ze alles uit hun voeding kunnen halen wat er in potentie aanwezig is. Ik vrees dat dan de normaalgroep erg klein zou worden. Mogelijk zouden gegevens over dergelijke kinderen als controlegroep elders vandaan moeten komen.

Tot slot: als de uitkomsten van dit onderzoek al juist zouden zijn (dus op basis van de juiste criteria, zoals boven beschreven), wat vertellen ze ons dan? Ze vertellen ons dat de waarden van de kinderen uit de normaalgroep de normaalwaarden zijn, de biologisch bedoelde waarden (mits de voeding, beweging en blootstelling aan zonlicht etc. ook volgens bio-normale normen waren in de jaren tussen de eerste zes maanden en het ijkpunt op zesjarige leeftijd!). Ze vertellen ook dat kinderen die afwijkend werden gevoed en afwijkende waarden hebben de afwijking van de norm zijn, dus voor sommige dingen te lage of te hoge waarden hebben. Ze vertellen niet of borstvoeding al dan niet ”beter” is voor de botdichtheid op zesjarige leeftijd. Borstvoeding is namelijk nooit beter of het beste, het is gewoon wat het zijn moet. Onderzoekers deden er goed aan zich bij het onderzoeken van dingen te realiseren wat hun startpunt is, wat de nullijn is of de normwaarde. Echte wetenschap gaat uit van norm en meet alternatieven en interventies daartegen af.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.