Geplaatst op Geef een reactie

Scheef

Naar aanleiding van een oproep naar onderwerpen voor stukjes kwam er een heel interessante vraag (nu, ja, meerdere, maar deze sprong er voor mij uit, want heel anders): ”Hoe het komt of kan komen dat de ene borst beter produceert dan de andere”. Wij mensen zijn geneigd te denken in symmetrieën. Ik houd zelf erg van symmetrie, ook in taal en getallen bijvoorbeeld.

Titelfoto: Illuminerende ontdekking: Illuminati is alleen een palindroom indien met speciale letters geschreven

Zo zijn er de mooie datums zoals 14-12-14, en de heel mooie 14-11-41, maar dat duurt nog even. Of woorden die van voor naar achter hetzelfde zijn als van achter naar voor. Die getallen en woorden die omkeerbaar zijn, hebben zelfs een eigen naam: palindroom. Een draak van een woord eigenlijk. Meer hierover bij Wikipedia. Ik schreef wel eens eerder over symmetrie, maar daar ging het meer over het kind dan over de moeder. Ik gebruikte er een afbeelding die aantoonde dat wat wij vaak voor symmetrisch aanzien, dat niet altijd is. Ons brein heeft de neiging wat wij zien aan te passen aan wat we willen zien.

collage van de jonge actrice Mackenzie Foy met een schijnbaar symmetrisch gezicht (M); met links en rechts twee rechterhelften en twee linkerhelften gespiegeld

Enfin, symmetrie dus. Wij zijn geneigd om alles waarvan een paar hebben die beide exemplaren als elkaar gespiegelde evenbeeld te zien. Ogen, oren, halve neuzen, halve monden (zowel links-rechts als boven-onder), wangen, maar ook armen, handen, benen, voeten. Voor mannen hun mannelijke gereedschap (ooit gemerkt hoe daar discussies kunnen gaan over links of rechtsdragend? Dat heeft waarschijnlijk te maken met asymmetrie in de dragende delen.). En voor ons de dames. De meisjes. De melkmeisjes, wel te verstaan. Vraag het elke goede verkoopster in een lingeriezaak en ze zal het beamen: weinig vrouwen hebben een volledig symmetrische tweeling.

Daar kunnen allerlei oorzaken voor zijn, maar meestal is het gewoon zo omdat het zo is, net als die ongelijke oren, ogen en wangen, verschillende schoenmaten links en rechts. Model en formaat van de borsten worden voor een groot deel, het grootste deel eerlijk gezegd, niet bepaald door de hoeveelheid klierweefsel, maar door vet- en bindweefsel. Niet dat er geen verschillen zijn in de hoeveelheid klierweefsel, maar in absolute waarden is dat verschil minder in het oog lopend dan de verschillen en vet- en bindweefsel. Dat kan zelfs ertoe leiden dat een vrouw een kleine groot-producent en een grote klein-producent heeft. Niet vaak, maar het kan wel.

 

Symmetrie kan dus ook een kwestie van gezichtspunt zijn (titelfoto) en het kan al dan niet ter zake doen in kwesties van melkproductie. Voor de lezers die wil weten om het weten nog een korte uiteenzetting over klierweefsel verdeling en de invloed op de verschillende hoeveelheden melk per borst. Als beide borsten op dezelfde manier worden gebruikt (even vaak en even goed aanleggen en leegmaken), dan zouden beide borsten elk een optimale productie moeten hebben. Optimaal kan worden ingevuld als voldoend aan de hoogste potentie of als voldoend aan de behoefte aan melk van het kind. Voldoen aan de behoefte van het kind is optimaal genoeg in de meeste gevallen, maar dat wil niet zeggen dat altijd het volledige potentieel van beide borsten wordt aangesproken, dat dat potentieel bij beide even groot zou zijn en zelfs dat het wenselijk zou zijn om beide borsten tot volledig potentieel op te werken. Maar waar vind je nu dat potentieel? Dat vind je in het klierweefsel. De borsten bestaan niet elk uit een enkele melkklier, maar uit een samenstelsel van heel veel kleine melkkliertjes en melkvormende cellen.

Slide1

Dit plaatje is een schematische weergave van één melkklier lob. Van rechts naar links begint het met de tepeluitgang van een groot melkkanaal (daarvan zijn er ongeveer 5 tot 10), die vrij snel achter de tepel worden gesplitst in 15 tot 20 grote lobben, die elk op hun beurt weer worden gesplitst in 20-40 kleinere lobben. De kleine lobben monden elk op hun beurt uit in 10 tot 100 rozetten van melkkliertrosjes, de alveoli. Terug rekenend is de kleinste hoeveelheid 10X20X15=3.000 (de blauwe stipjes op de afbeelding hieronder) melkkliertjes en de grootste 100X40X20=80.000 (de groene stipjes).Slide2

Maar zelfs bij die hoeveelheden is het zichtbare verschil klein. Een borst met veel klierweefsel is niet automatisch groter dan eentje met minder klierweefsel. Wat ook nog meespeelt is de hoeveelheid klierweefsel die wordt geactiveerd, of die wordt bij gemaakt tijdens de zwangerschap en de eerste week na de geboorte. Maar ook de melkstroom kan verschillen in beide borsten. De manier van drinken van een kind kan aan de ene borst anders zijn dan aan de andere, doordat hij er anders voor ligt of omdat de borst en tepel een net even andere vorm hebben waardoor het aanhappen handiger of minder handig gaat. Daardoor wordt de ene borst met haar klierweefsel anders gestimuleerd dan de andere. En dus zal de ene bost vrijwel altijd anders melk maken en laten stromen dan de andere.

Zolang de baby de melk krijgt die hij nodig heeft, uit één, anderhalve of twee borsten, is er wat hem betreft niets aan de hand. Als moeder het scheef lopen vervelend vindt, kan ze proberen de ene borst wat meer te stimuleren en de andere iets af te bouwen. Soms lukt dat, soms niet. Proberen kan altijd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.