Poep

Een nogal crappy verhaal van een babypoepverwijderingsspecialist trok de aandacht van wat borstvoedende moeders op Facebook: Introduceren van vast voedsel. Mijn eerste reactie was ”Oh, shit!”. Nu is dat als het over poep gaat een heel legitieme reactie, maar daar ging het net niet over. Deze poepspecialist deed alsof ook de voeding van zuigelingen binnen de taakomschrijving ligt. En gezien de overdadige crappy nonsense die ze in het artikel uitkramen is dat een zeer onjuist zelfbeeld. Nu zijn er natuurlijk zeer sterke banden tussen de industrieën die babyverzorgingsproducten, inclusief luiers en babybillenreinigers, maken en industrieën die vloeibare en semi-vloeibare babyvoedselproducten maken. Ik zal het artikel er eens bij nemen en aangeven wat er allemaal niet klopt en wat filosoferen in het waarom van het moedwillig doorgeven van onjuiste informatie aan jonge ouders.

”Op vier maanden vinden de meeste baby’s het tijd voor iets stevigere kost dan melk. Aanwijzingen dat je kleintje klaar is voor vast voedsel zijn als hij ’s nachts weer vaak wakker wordt, geïnteresseerd is in eten wanneer je vlakbij hem eet, op zijn vuistjes knabbelt en zijn honger niet meer gestild wordt door een goede lange voedingsbeurt.” Waar te beginnen met wat er allemaal fout is in deze openingsalinea? Om te beginnen vinden de meeste baby’s de borst het meest interessante en lekkerste en nodigste voedsel en troost en bescherming dat er is. Andere mensen kunnen wel denken dat er iets anders nodig is, baby’s denken dat over het algemeen niet. Moedermelk is ook redelijk stevige kost (energiek te noemen zelfs) en geeft de baby vooralsnog heel wat meer voedingswaarde dan papjes van enige soort. Baby’s zijn op deze leeftijd uitermate geïnteresseerd in alles wat papa en mama doen, praten, eten en wijn drinken, maar dat wil nog niet zeggen dat zij dat ook moeten. Dat geknabbel op die vuistjes geeft aan dat zij hun handjes zojuist hebben ontdekt als machtig prachtig speelgoed. Tekenen die aangeven dat een kind toe is aan ander eten dan melk zijn zelfstandig (met minimale steun)  kunnen recht zitten, een naar achteren verplaatsende kokhalsreflex, zelfstandig doelgericht dingen kunnen oppakken en weer loslaten en het bezitten van een mondmotoriek die het voedsel behalve van voor naar achteren ook heen en weer en op en neer door de mond kan verplaatsen. Fabrikanten van potjesvoeding, de vriendjes van de luierfabrikant, willen natuurlijk wel heel graag dat kindjes al met vier maanden aan ander eten toe zijn. Vast voedsel kun je dat nog niet noemen, want op deze leeftijd kunnen kinderen enkel nog vloeibaar en semi-vloeibaar voedsel met de mond verwerken.

”Tegen de tijd dat je baby 16 weken oud is, moet je beginnen met het introduceren van vast voedsel in zijn dagelijkse dieet. Tot nu toe, was melk het enige wat je baby nodig had, omdat z’n onvolgroeide verteringssysteem nog niet klaar om vast voedsel aan te kunnen. Maar vanaf ongeveer vier of vijf maanden, zal hij door z’n steeds intensievere activiteiten en z’n snelle groei, steeds meer honger krijgen. Je zult misschien merken dat hij steeds meer aandacht heeft voor jouw eten, dat hij niet tevreden lijkt met dat van hem, dat hij ’s nachts weer vaak wakker wordt en veel tijd besteedt aan het kauwen op z’n kleine vuistje. Het is tijd om iets substantiëlers te proberen.” Om te beginnen moet er natuurlijk helemaal niets en al helemaal niet vast voedsel. Zoals we eerder al zagen is vast voedsel in deze context een fout begrip. Vast voedsel heeft kauwen nodig en om te kauwen moeten je tong en kaken bepaalde bewegingen maken waartoe een kind van 16 weken fysiek nog niet in staat is. Verder klopt dit stukje ook taalkundig niet. De eerste zinnen gaan over de spijsvertering die al dan niet klaar is voor iets anders dan melkvoeding en in de verklaring daarna gaat het om toegenomen energiebehoefte door toegenomen activiteit. Het is net zo’n redenering als ”paars want achttien ruikt naar scheikunde.” Het is al lang bekend dat bij het vorderen van de leeftijd de totale energie behoefte in het eerste halve levensjaar niet toeneemt, omdat naarmate de baby groeit, de behoefte aan calorieën per kilo lichaamsgewicht afneemt. Tussen één en zes maanden is de totale dagbehoefte aan melk min of meer gelijk. Toevoegen van ander voedsel in plaats van moedermelk is contraproductief, omdat de daarvoor gebruikte voedingsmiddelen een lagere energiewaarde hebben en bovendien maar matig worden opgenomen. Het kost het lichaam in het begin ook meer calorieën om het te verteren dan dat het oplevert. Ander voedsel dan moedermelk is een aantasting van de darmflora en de integriteit van de darm en kan een hogere incidentie van allerlei ziekten en aandoeningen op de korte en langere termijn opleveren. Alleen voor allergie preventie lijkt het erop dat nu en dan kleine likjes of proefjes van enkele soorten voedingsmiddelen een beschermend effect kunnen hebben. Of dit opweegt tegen de nadelen van het prematuur introduceren van ander voedsel is maar de vraag.

”Beslis eerst waar je je baby zult gaan voeden. Baby relaxstoeltjes of eerste plaats autostoelen zijn ideale plekken voor het voeden. Je moet met je gezicht naar je baby zitten als je hem leert eten, zodat je in de juiste hoek zit om de lepel in z’n mondje te doen en je oogcontact met hem kunt houden om hem een comfortabel gevoel te geven.” Een relaxstoeltje (wipstoeltje in Nederland) of een autostoeltje is geen geschikte plaats om te eten; een autostoeltje is al helemaal geen goede plaats om te zitten anders dan voor vervoer in een auto. Om te eten moet een kind dat dat eten nog maar aan het leren is, vooral goed rechtop zitten of, als hij dat nog niet echt goed zelfstandig kan, iets voorover leunend. Achterover en mogelijk wat in elkaar gezakt is een heel gevaarlijke houding om te eten. Het risico van verslikken is niet denkbeeldig. Er is ook iets fout met het plaatje van een baby een comfortabel gevoel moeten geven als je hem eten gaat geven. Kennelijk is eten geven inherent oncomfortabel. En dat klopt. Een kind dat nog niet toe is aan kauwend voedsel opnemen moet zuigend zijn voedsel opnemen en het voedsel moet zo vloeibaar mogelijk zijn. Maar het moet ook eigenlijk vrij ver achter in zijn mond landen, want vooraan in de mond zit een ”naar buiten werken” reflex. Daarom is het voeren van baby’s een kwestie van ofwel de lepel diep in de mond steken en langs het gehemelte afstrijken (beroepsvoeders zijn daar vaak handig in) of van dezelfde lepel voer tien keer van de kin schrapen en opnieuw binnensteken, tot het ten slotte zo vloeibaar is geworden dat het vanzelf verder stroomt naar de keel. Wachten tot het kind de fysieke mogelijkheid heeft om zelf-eten vaardigheden te ontwikkelen, voorkomt dat allemaal. Zet het kind rechtop in een kinderstoel (eetstoel) of houd hem op schoot en leg wat stukken eten neer. Herkenbare stukken, met voldoende beet voor houvast en zacht genoeg om met het nog tandeloze mondje te pletten. Hij kan zelf het eten pakken en in zijn mond stoppen en de wegwerkreflex is van de plaats voorin de mond verplaatst naar achteren en veranderd in een kokhalsreflex voor het wegvangen van te grote brokken. Maar ja, wat heeft Vriend Potjesvoeding Fabrikant daar nu voor baat bij?

”Houd doekjes bij de hand of kleed hem vrijwel helemaal uit, want het wordt een vuil werkje! Begin altijd gewoon met rijstmeel, gemixt met wat van baby’s normale melk (moedermelk of flesvoedingmelk). Geef in het begin maar twee of drie lepels per dag. Kies een vaste tijd waarop je kleintje normaal eet en geef hem het rijsrpapje (typfout exact overgenomen, GvVS) nadat hij wat melk heeft gehad, maar nog steeds interesse heeft in meer eten.” Kijk daar zijn de doekjes van de babyafvalspecialist. Als het niet tot in de luier komt, moet je het elders afvegen natuurlijk. Een vuil werkje is het toch hopelijk niet, want geen enkele ouder zal babylief vuil te eten geven. Kliederig kan het wel worden, ja, of je nu pap en prak of stukjes geeft. Het woord flesvoedingmelk zal ik beschouwen als niet gezien, tsss. Beginnen met kleine beetjes is het eerste zinnige zinnetje dat ik tegenkom, maar het wordt gelijk weer gevolgd door onzin. Een vaste tijd is niet nodig en het vervangen van een maaltijd al helemaal niet. Wanneer je wacht tot een kind echt toe is aan eten, neem je hem er gewoon bij als de rest van het gezin ook eet of snackt en je geeft hem ook wat. Of hij het eet, of er alleen mee speelt, of toch liever de borst heeft, bepaalt baby zelf.

”Sommige baby’s beginnen meteen goed en werken alles ineens naar binnen, terwijl het anderen echt moeite kost. Als jouw baby geen interesse heeft, vergeet het dan voor een paar dagen en probeer het daarna nog eens. Misschien is het voor hem gewoon nog wat vroeg.” Tja, je kan je afvragen of het wel zo positief is dat sommige kindjes van deze leeftijd alles meteen ”naar binnen werken”. Ze kunnen er nog niks mee, hun systeem kan er nog niks mee, het verhoogt het risico van vroegtijdig minderen en stoppen met borstvoeding en laat de darmen onnodig hard werken aan een taak waar ze nog niet aan toe zijn. Voor deze baby is het evengoed nog veel te vroeg. Maar ja, aan de andere kant: Vriend Potjesvoeding Fabrikant zit daar niet zo mee, zolang hij maar meer potjes baby’s in kan schuiven.

”Na ongeveer een week, wanneer hij gewend is aan rijstpap, kun je beginnen met het introduceren van simpele gepureerde ingrediënten zoals wortel, appel of peer. Mix daar je baby’s normale melk doorheen om het hem wat smakelijker te maken. Doe het rustig aan. In het begin zijn een of twee nieuwe soorten voedsel echt genoeg. Er zijn veel goede boeken over voeden met goede receptideeën en bereidingstips . Dus een uitstapje naar de bibliotheek of boekenwinkel is dat wel waard. Wees bereid om volgemorst te worden en maak deze nieuwe ervaring een leuke ervaring. ” Als het zonder melk niet smakelijk genoeg is, is hij er nog niet aan toe. Kindjes die toe zijn aan vast voedsel vallen met enthousiasme aan op wat je ze voorzet. Niet dat ze het direct al eten, maar voelen met handjes en mond, kijken, ruiken en proeven zijn in de beginfase van zelf eten noodzakelijke handelingen. Beginnen met eten van ander eten dan melkvoeding is niet zozeer een voedingskundig of voedingstechnisch gebeuren, maar een ontwikkelingsstap. Het eerste halfjaar is melkvoeding de enige voeding en tot de eerste verjaardag is melkvoeding de hoofdvoeding. Vaste voeding is erbij en begint als een wetenschappelijk experiment op babyniveau. Exploreren, ontdekken, uitproberen; hypotheses opstellen, uitproberen, aanpassen en opnieuw uitproberen. Als baby tegen zijn eerste verjaardag een kwart van zijn dagelijkse voedselbehoefte uit niet-melkvoeding haalt is dat al heel mooi. Pas in het halve jaar er na hoeft de balans om te slaan van melkvoeding als hoofdvoeding naar melkvoeding voor erbij.

Lees hier wat er op dit blog verder over bijvoeding werd geschreven.

Lees hier (bij borstvoeding.com) een schema voor welke soorten eten je wanneer kunt geven, vooral in een familie met allergieën.

Lees hier (bij De Groene Vrouw) nog eens een uiteenzetting waarom bijvoeden voor zes maanden enit zo’n goed idee is.

Titelfoto: Met toestemming van Borstvoedingaardig.be

2 antwoorden

Trackbacks & Pingbacks

  1. […] Poep | Poep- en plaspraatjes | poeppraatjes nog maar eens […]

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.