Het vlindereffect (in het Engels butterfly effect) is de naam die, met betrekking tot de onvoorspelbaarheid van systemen, wordt gegeven aan het verschijnsel dat kleine oorzaken kunnen leiden tot grote gevolgen: de minieme luchtverplaatsing door vlindervleugels kan uiteindelijk leiden tot een orkaan aan de andere kant van de wereld.

Het vlindereffect

Het vlindereffect

vlindereffect

Kinderen die te vroeg, te klein of ziek worden geboren hebben speciale zorg nodig. Bij die speciale zorg horen ook regelmatig terugkerende nare en pijnlijke handelingen voor onderzoek en behandeling. Dit levert allemaal extra stress op in een toch al niet optimaal functionerend kind. Stress is een energievreter en dat is iets wat een kwetsbaar kind nu juist niet kan missen. Dat kwetsbare kind heeft al zoveel extra energie nodig om alleen maar te overleven en te werken aan zijn tekorten (in levensduur, gewicht en gezondheid) dat er zelfs nauwelijks iets overblijft voor groei. Het is dus zaak om stress zo veel mogelijk te vermijden. De eerste gedachte is dan pijnbestrijding bij pijnlijke procedures. Maar pijnbestrijding bij zulke kleintjes is niet heel evident. In de laatste jaren is het gebruik van suikerwater als pijnstiller tijdens procedures in opmars. Het werkt, volgens allerlei onderzoeken, en het voorkomt dat een kind wordt blootgesteld aan herhaalde doses chemische pijnstillers.

Logan Lerman als Evan (7 jaar) en Ashton Kutcher als Evan (huidig) in The Butterfly Effect (2004) waarin wordt uitgebeeld dat een kleine verandering nu tot grote verschillen in uitkomst later kunnen leiden.

Er zijn echter ook vraagtekens te zetten bij deze therapie. Zo kun je je afvragen wat het effect op lange termijn is van het herhaaldelijk toedienen van hoog gedoseerde glucose oplossingen aan zeer jong kinderen bij wie het suikermetabolisme nog wordt ontwikkeld. Het lijkt mij helemaal niet vergezocht om uit te gaan van de hypothese dat dit wel eens het ontwikkelen van obesitas en diabetes later kan bevorderen door de verstoring van het suikermetabolisme. Niet onderzocht uiteraard, maar verder redenerend vanuit wat we weten over de invloed van voeding in de vroegste levensfase op het ontstaan van obesitas en diabetes later, kun je toch op zijn minst rekening houden met verhoogde risico’s.

Er zijn ook onderzoekers die vragen stellen bij de RCT’s die de pijnstillende werking van sucrose of andere zoete oplossingen. Wilkinson et al (2012) bijvoorbeeld vragen zich af of hier wel sprake is van pijnstilling, of eerder van afleiding van de pijn. De onderzoeken waarop het gebruik van suiker zijn gebaseerd gebruiken als bepalende factor namelijk enkel veranderingen in gedrag en kijken niet naar wat suiker nu precies doet. Wilkinson beveelt ook aan te onderzoeken wat de lange termijn effecten van suiker als pijnstiller zijn. Wachtend op antwoorden door dit soort anders gerichte studies bevelen zij aan gebruik te maken van andere manieren om pijn te bestrijden.

Suiker werkt, maar is niet per definitie of bewezen veiliger dan chemische pijnbestrijders. De positieve effecten van stress reductie zouden op de lange termijn wel eens zwaarder kunnen wegen dan de blootstelling aan chemische pijnbestrijding.

Wilkinson DJ, Savulescu J, Slater R: Sugaring the pill: ethics and uncertainties in the use of sucrose for newborn infants. Arch Pediatr Adolesc Med. 2012 Jul 1;166(7):629-33.

Gelukkig worden de kwetsbare kindjes in speciale zorg niet voortdurende gepijnigd met allerlei noodzakelijke onderzoeken en behandelingen. Dat wil echter niet zeggen dat er in die tussenliggende periodes geen sprake is van stress. Een zieke, te vroeg of te klein geboren zuigeling die in een couveuse ligt, zonder lichaamscontact van betekenis, is per definitie onderhevig aan stress. De staat van alleen zijn op zich veroorzaakt stress. Dat staat los van de kwaliteit van de gegeven zorg of van het al dan niet onderworpen zijn aan nare of pijnlijke procedures. Onderzoeken door onder andere Bergman ⇒ tonen aan dat kinderen in een couveuse minder goede vitale functies laten zien dan dezelfde kinderen in direct huidcontact met hun moeder of vader. Die verminderde of meer alarmerende vitale functies zijn een uiting van stress en die stress is kennelijk hoog indien het kind alleen is en laag wanneer hij in huidcontact is met een ander mens.

Lees en bekijk meer hierover op Kangaroo Mother Care

Vergelijkbare effecten op de vitale functies en dus op het stress niveau zijn terug te vinden bij de vergelijking drinken uit een fles of aan de borst. Hoe klein of zwak een kindje ook is, als hij kan drinken, kan hij aan de borst drinken (met hulp) en dat zal zijn stress niveau laag houden en daarmee zijn energie sparen voor groei en ontwikkeling. Per saldo zullen kinderen die voornamelijk in direct lichaamscontact met een ouder zijn en aan de borst drinken in plaats van uit flesjes korter intensieve zorg nodig hebben en eerder mee naar huis kunnen.

Dit vergt natuurlijk een omslag in het denken van zowel de zorgverleners als van de ouders. Aanwijzingen hoe je tot zo’n omdenken kunt komen zijn te vinden in het prachtige boek Koester je kleintje ⇒, geschreven door Jill en Nils Bergman, vertaald en in het Nederlands uitgegeven door collega Marianne Vanderveen-Kolkena.

Vanderveen-Kolkena M (vertaling), Bergman, J., & Bergman, N. (2013). Koester je Kleintje. Assen: Borstvoedingscentrum Panta Rhei.

1 antwoord

Trackbacks & Pingbacks

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.