Moeders kiezen allerlei voor hen al dan niet werkende strategieën voor het voeden en verzorgen van hun kinderen. Als zij die keuzes bewust hebben gemaakt op basis van goede informatie, dan zijn dat prima keuzes. Zolang er niemand schade door ondervindt.

Heetgebakerd

heetgebakerd

heetgebakerd ingebakerd

Moeders zijn er in soorten en maten. Ze kiezen allerlei voor hen al dan niet werkende strategieën voor het voeden en verzorgen van hun kinderen. Als zij die keuzes bewust hebben gemaakt op basis van goede informatie, dan zijn dat prima keuzes. Zolang er niemand schade door ondervindt. Er is een soort ongeschreven code dat moeders elkaar niet mogen afvallen in hun keuzes, ze elkaar niet mogen veroordelen en zelfs geen oordeel over elkaars keuze mogen hebben. Zodra iemand op één van de sociale media iets over een andere moeder post dat mogelijk een afkeur inhoudt van de keuzes die de besproken moeder maakt, dan is er over het algemeen al snel iemand die met het vingertje komt zwaaien: ”Ik vind dat nogal veroordelend van jou.” Bij de daarop volgende discussies komt bij de luisteraar/lezer makkelijk de term heetgebakerd naar voren.

heetgebakerd

In vroeger tijden werden rijke baby’s verzorgd door een baker. De baby en de baker verbleven vaak in een bakermat voor de haard. Daar bakerde de baker en het kind werd ingebakerd. Dat geheel van die ingebakerde baby bij de baker in de bakermat voor het vuur kon wel eens te veel hitte veroorzaken. Men vermoed dat men geloofde dat de manier van bakeren niemands temperament of karakter kon vormen. Te heet gebakerd wordt dus gebruikt om aan te duiden dat iemand veel schreeuwt of agressief is. Grappig is daarbij wel dat inbakeren tegenwoordig vooral wordt toegepast om onrust en huilen te stoppen. Hittestuwing is één van de risico’s van inbakeren. Letterlijk te heet gebakerde kinderen kunnen koorts krijgen, en daarbij stuipen.

Terug naar het oordelen, het heetgebakerde oordelen. Niet mogen oordelen is natuurlijk onzin. We oordelen altijd, overal, doorlopend. Alles wat via je zintuigen binnenkomt wordt door je hersenen beoordeeld en geïndexeerd. Vervolgens wordt het vergeleken met wat we over het betreffende onderwerp eerder binnenkregen, wat we erover hebben geleerd en hoe we dergelijke dingen zelf doen, erover denken of wat we ervan vinden. Dat geheel is oordelen. Wanneer je vervolgens zelf een openbare uiting doet met daarin dat eigen oordeel verwerkt, is het nog steeds een oordeel, een mening, een in perspectief stellen van je eigen opvattingen, ervaringen en overtuigingen. Wanneer een rechter een oordeel uitspreekt kan dat wel een veroordeling zijn, dat is zijn werk nu eenmaal, zijn taak. Wanneer een arts een oordeel uitspreekt is dat een medische diagnose, afgezet tegen zijn professionele kennis en ervaring is er met zijn patiënt dit of dat aan de hand, en zijn oordeel kan zich uitstrekken tot het aanbevelen van bepaalde handelingen of behandelingen voor verbetering van de situatie.

Maar nu heeft de ene moeder een oordeel over een andere moeder en dan mag het ineens niet, dan is het een veroordeling in de zin dat de ene moeder kennelijk bedoelt dat de andere moeder het fout doet, verkeerde keuzes maakte en een slechte moeder is. Terwijl het over het algemeen een beschrijving is van gedrag, ingegeven door bepaalde keuzes, waarover de beschrijvende moeder zich verbaast, waar ze zich mogelijk aan ergert, en waarvan ze laat weten het zelf nooit zo te zullen willen of kunnen doen, mogelijk aangevuld met een mededeling die aangeeft dat zij het beschreven gedrag ook niet kan begrijpen. Het gaat dan over het algemeen over de keuze tussen moeder of poeder, tussen stukjes of prakjes, tussen troosten of huilen, tussen wel of niet prikken, tussen papier of stof, of over wel of niet straffen en belonen. Vrij wezenlijke vragen toch wel, over het algemeen.

Moeders zijn er in soorten en maten. Ze kiezen allerlei voor hen al dan niet werkende strategieën voor het voeden, verzorgen en opvoeden van hun kinderen. Als zij die keuzes bewust hebben gemaakt op basis van goede informatie, dan zijn dat prima keuzes. Zolang er niemand schade door ondervindt.

Zolang er niemand schade door ondervindt.

En dat is vaak het probleem. Want van sommige keuzes die ouders maken kunnen hun kinderen wel degelijk  schade ondervinden. Ik vind dat je dan als ene moeder tot de andere moeder daar best wat van mag zeggen. Niet met het vingertje, niet met de beschuldiging dat zij een slechte moeder is. Maar wel met het aanbieden van juiste, eerlijke, mogelijk wetenschappelijk onderbouwde informatie over hoe het ook anders kan. Misschien had zij geen toegang tot deze informatie, of wist zij niet van het bestaan ervan af; misschien zijn haar keuzes in haar subcultuur volkomen normaal en is zij zich er niet van bewust dat de inzichten daarover inmiddels veranderd zijn. Of misschien zijn er omstandigheden of complicerende factoren waardoor zij niet de meer gewenste keuzes kan maken. In gesprek gaan erover kan altijd. Krijg je dan het lid op de neus en is de andere moeder daarvan niet gediend, dan mag je gerust je frustratie daarover elders uiten. En dan mag je gerust je oordeel daarover geven. En die hoeft niet eens altijd heel erg genuanceerd te zijn.

Informatie overload

Hersengewichtstoename (wikipedia): ‘’Bij de geboorte wegen de hersenen zo’n 350 gr en heeft elke hersencel zowat 2500 synapsen. Tegen het derde levensjaar zijn er dat zo’n 15.000 per cel. Het aantal neuronen neemt op belangrijke plaatsen in de cortex in verschillende fasen toe, evenals het aantal gliacellen. Na zes maanden is het gewicht ongeveer de helft van een volwassen brein. Op een jaar is het tot 60% toegenomen, bij tweeënhalf is dat 75%, rond het zesde levensjaar 90% en tegen het tiende 95%. Het gewicht van de hersenen bij een volwassen vrouw is 1245 g, bij een volwassenen man 1375 g.’’

Kinderen hebben heel snel last van ‘’Information Overload’’ of TMI (Too Much Information). Omdat zij nog heel veel moeten leren, hun hersenen groeien in het eerste jaar van minder dan een derde tot meer dan de helft van dat van een volwassen brein ⇐ nemen ze alles op wat er binnen komt. Ze kunnen nog niet zo goed van te voren sorteren wat belangrijk en bruikbaar is en wat niet.

Kinderen raken dus eenvoudig overbelast met informatie, indrukken en prikkels. Daardoor worden ze druk of teruggetrokken, gestrest. Ze huilen veel of worden heel stil, trekken zich terug, sluiten zich af.

Meestal wordt die teruggetrokkenheid niet als een probleem gezien, men vindt dat wel lekker rustig. In beide gevallen echter functioneren de hersenen niet zoals ze zouden moeten en verloopt dus de hersenontwikkeling niet zoals bedoeld.

Prikkelreductie is daarom een belangrijk uitgangspunt in de zorg voor en opvoeding van het jonge kind. Regelmaat en voorspelbaarheid helpen daarbij. Regelmaat is een breed begrip. Vatbaar voor interpretatie ook. Regelmaat kan zitten in een zich herhalend patroon, in een telkens terugkerende duur of interval van of tussen gebeurtenissen. Regelmaat kan ook een hartslag zijn, een ademhaling of een spijsvertering. Die regelmaat van lichamelijke functies is fijn voor een kind om zijn eigen regelmaat aan te spiegelen en onrust te kalmeren. Dicht bij mama’s borst zijn, bij haar hartslag en ademhaling biedt die regelmaat. Voorspelbaarheid kan ook zitten in die regelmaat van herhaling, maar ook in de reacties op acties van het kind zelf. Als er, telkens als hij een signaal geeft, direct en op gelijkaardige wijze wordt gereageerd, zorgt dat voor een geruststellende voorspelbaarheid in het leven van een kind. Dat is dus minder informatie die telkens opnieuw moet worden verwerkt. Dan blijft er dus meer ruimte voor het opnemen en verwerken van andere informatie, prikkels en indrukken.

Prikkelreductie kan natuurlijk worden bereikt door een kind in een donkere, stille kamer te slapen te leggen. Dat is echter geen prikkelreductie, maar sensorische deprivatie (het buiten sluiten van alle zintuiglijke input, waardoor een gevoel van blind en doof zijn en totale eenzaamheid kan worden opgeroepen. Als daar ook immobilisatie door strak instoppen of inbakeren aan wordt toegevoegd worden ook de bewegingszin en de tastzin uitgeschakeld. Dit is vergelijkbaar met eenzame opsluiting in een dwangbuis.

Het dempen van de zintuiglijke prikkeling en voorkomen van informatie overload kan in plaats daarvan ook bij de moeder of vader gebeuren. Eenzaamheid wordt geborgenheid, sensorische deprivatie wordt sensorische autonomie. Een kind dat wordt gedragen (in een ergonomisch draagsysteem of een doek), in een verticale positie en met lichaam en gezicht naar de drager gericht, ervaart regelmaat in de hartslag en ademhaling en de bewegingen van de drager. Hij ondervindt voorspelbaarheid omdat elk van zijn signalen direct wordt opgemerkt en beantwoord. En hij kan zelf kiezen om de indrukken van voorbij hemzelf en de drager wel of niet in zich op te nemen.

Heetgebakerd wordt dan warm omhuld en geaccepteerd. Een mooie basis voor het ontwikkelen van karakter en temperament.

1 antwoord

Trackbacks & Pingbacks

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.