Discriminatie is een beetje een lelijk woord in het dagelijkse spraakgebruik, terwijl het letterlijk betekent ”onderscheiden, onderscheid maken”, dus verschillen zien. In het dagelijks woordgebruik worden aan die opgemerkte verschillen waarde-oordelen gehangen en dat valt altijd voor minimaal één partij negatief uit. In het dagelijkse begrip van het woord discriminatie worden geen verschillen opgemerkt maar waarden: goed-slecht, waarmee wordt geïmpliceerd dat anders altijd slecht of minder goed is. Toen ik in een ver en grijs verleden op de Kleuterleidsters OpleidingsSchool (KLOS) zat, leerden we over het stimuleren van het discriminerend vermogen bij kleuters: visuele discriminatie en auditieve discriminatie. Dat is, achtereenvolgens, het vermogen om verschillen te zien en verschillen te horen. Dat zijn voorwaarden voor het kunnen leren lezen en communiceren. Als zorgverlener moeten we ook kunnen discrimineren, onderscheid maken tussen kinderen, niet om ze weg te zetten in een verdomhoekje voor allochtonen of achterstandskinderen, maar om ze beter te kunnen begeleiden:

Ik ben voor discriminatie, discriminatie is onderscheid maken, en dat is wat de JGZ als specialist van het ‘gewone ‘kind uitstekend kan. Dit kost echter tijd, en geduld, en buiten de kaders denken, overleggen en samenwerken met instanties als sociale zaken, voedselbanken, stichting leergeld, fondsen, sportfondsen, soms kerken, caritas.”: JGZ, portaal voor de jeugdgezondheidszorg Het moge duidelijk zijn dat je dat niet gaat bereiken door vooral heel strak allerlei richtlijnen en protocollen te volgen. Dit vergt een gepersonaliseerde aanpak, waarbij elk kind apart, als uniek persoon, wordt gezien. Dat gaat veel verder dan het aftikken van een lijst met afvink-vakjes.

In een ander verband ging het ook om discriminatie door opvoeders, in dit geval een moeder:

Wanneer gaan we naar Artis?” vroeg het grote kind. “Zodra jij je schoenen aan hebt,” antwoordde ik: De dag dat we niet naar Artis gingen – KROOST. Deze moeder maakt duidelijk onderscheid in de manier waarop ze met haar verschillende kinderen omgaat. Discriminerend naar leeftijd, karakter en temperament. Alle kinderen identiek behandelen is niet eerlijk. Het gezegde ‘Gelijke monniken, gelijke kappen’, gaat niet op, want de monniken zijn niet gelijk. Elk kind is een individu, een individueel mens, en heeft recht op een individuele benadering. In de zorg en in de thuissituatie en later op school. Dat is niet makkelijk voor de opvoeder of zorgverlener. Niemand heeft ooit ook gezegd dat opvoeden en zorgverlenen makkelijk zijn (en wie dat wel deed loog dat-ie zwart zag, zoals ik eerder al stelde in Wie heeft je een rozentuin beloofd). Het is hard werken en je moet er steeds je hersens bijhouden. Maar je moet er vooral ook je hart bijhouden om te controleren of wat je hersenen zeggen wel klopt op intermenselijk niveau.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.